Biases in de boardroom en de raadkamer
Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/5.6.2:5.6.2 Rechterlijke (bij)scholing
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/5.6.2
5.6.2 Rechterlijke (bij)scholing
Documentgegevens:
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111347:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Fischhoff 1977, p. 350-351, 354.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In par. 4.4.1 betoogde ik al dat het aanbeveling verdient dat in de rechterlijke opleiding en bijscholing aandacht wordt besteed aan de invloed van mentale misleiding. Het maakt namelijk de werking van onbewuste processen inzichtelijk. Hoewel de invloed van training op het vlak van mentale misleiding niet absoluut is, kan het wel bijdragen aan de bekendheid van de risico’s van mentale misleiding. Bekendheid met de onbewuste processen zal tot een meer gecontroleerde en meer beperkte invloed leiden.
Op het gebied van hindsight bias in het bijzonder laat onderzoek zien dat het wijzen op de risico’s van hindsight bias geen effect heeft op het uiteindelijke antwoord. Deelnemers aan het onderzoek krijgen expliciet de taak te reageren alsof ze niet beschikken over informatie over de uitkomst. Daarbij wijzen de onderzoekers de deelnemers expliciet op het belang van een nauwkeurig antwoord, of wijzen de onderzoekers de deelnemers zelfs expliciet op het gevaar van hindsight bias. In essentie blijken alle antwoorden in elke situatie hetzelfde.1 Mijn aanbeveling blijft nochtans wel in stand. De kwalificatie, opleiding, achtergrond en professionele beslissingsmodaliteit van rechters staan mijns inziens niet gelijk aan die van reguliere deelnemers aan het betreffende onderzoek. Hoewel ik niet kan achterhalen wat voor achtergrond deze deelnemers hadden, ga ik niet ervan uit dat zij allemaal professionele beslissers waren. Ik verwacht dan ook dat rechters meer hebben aan informatievoorziening en training in mentale misleiding dan de ‘gewone mens’. Hierbij speelt een rol dat het onderhavige onderzoek gedateerd is en dat mij geen meer recente onderzoeken bekend zijn met eenzelfde resultaat. Uit gesprekken die ik de afgelopen jaren voerde met rechters blijkt dat de rechterlijke macht meer openstaat voor niet-juridische trainingen. Dit is geen empirisch verantwoord resultaat, maar mijn indruk is wel dat hier kansen liggen voor een meer multidisciplinaire aanpak van zowel de rechterlijke opleiding als de bijscholing, zoals eveneens betoogd in par. 4.4.1.