Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/1.3.4:1.3.4 Redelijke termijn
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/1.3.4
1.3.4 Redelijke termijn
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS300989:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
13.
Een heropening van het partijdebat vertraagt de gehele procedure. Vanuit het perspectief van artikel 6 EVRM is de snelle doorlooptijd van de civiele procedure een beschermingswaardige zaak.1 Aan gedingen moet binnen een redelijke termijn een eind komen, zodat de betrokken partijen binnen afzienbare tijd duidelijkheid verkrijgen omtrent hun rechtspositie. In een breder verband dient de tijdige afwikkeling van rechtszaken ook het vertrouwen van justitiabelen in het rechtssysteem.2 Het recht op berechting binnen een redelijke termijn bepaalt de mate waarin er een daadwerkelijke toegang tot de rechter bestaat. Immers, de termijn van de procedure bepaalt het moment van de einduitspraak. De toegang tot de rechter omvat ook het verwezenlijken van het recht, hetgeen wordt bemoeilijkt door een lange doorlooptijd van de procedure.3 Telkens zal dus moeten worden beoordeeld of een actief optreden van de rechter leidt tot de noodzaak van heropening van het partijdebat, en zo ja, wat daarvan de gevolgen zijn voor de doorlooptijden van de procedure.