Grensoverschrijdende overgang van onderneming
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende overgang van onderneming (MSR nr. 69) 2015/3.2.1:3.2.1 Voorwaarden
Grensoverschrijdende overgang van onderneming (MSR nr. 69) 2015/3.2.1
3.2.1 Voorwaarden
Documentgegevens:
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg, datum 01-03-2015
- Datum
01-03-2015
- Auteur
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg
- JCDI
JCDI:ADS430892:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie anders: Beltzer 2008, p. 5, die stelt dat onderneming, overgang en werknemer de kernbegrippen zijn.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De materiële-werkingssfeerbepaling is opgenomen in artikel 7:662 lid 2 en 3 BW:
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
overgang: de overgang, ten gevolge van een overeenkomst, een fusie of een splitsing, van een economische eenheid die haar identiteit behoudt;
economische eenheid: een geheel van georganiseerde middelen, bestemd tot het ten uitvoer brengen van een al dan niet hoofdzakelijk economische activiteit.
Voor de toepassing van deze afdeling wordt een vestiging of een onderdeel van een onderneming of vestiging beschouwd als een onderneming.’
Uit artikel 7:662 lid 2 en 3 BW volgt dat de materiële werkingssfeer – evenals de richtlijn overgang van onderneming – bestaat uit de navolgende voorwaarden:
onderneming (economische eenheid)
overgang en
identiteitsbehoud.1
In tegenstelling tot het Hof van Justitie heeft de Hoge Raad zich niet vaak uitgelaten over de vraag of sprake is van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 lid 2 en 3 BW. Deze schaarste laat zich verklaren door het feit dat de vraag of sprake is van een overgang van onderneming zeer sterk met de feiten is verweven en de Hoge Raad zich alleen bezighoudt met rechtsvragen, waarbij hij uitgaat van de feiten die de lagere rechters hebben vastgesteld. De Hoge Raad moet echter wel nagaan of de feitenrechter de juiste omstandigheden heeft gewogen bij de beoordeling van de materiële werkingssfeer van artikel 7:662 lid 2 en 3 BW.