RvdW 2006, 929:Uitleg koopovereenkomst (vervreemdingswinstbeding); aanvullende werking redelijkheid en billijkheid. Falende klachten tegen 's hofs met toepassing van art. 6:248 lid 1 BW gegeven uitleg aan het in de litigieuze koopakte inzake een boerderij met landerijen en veestapel opgenomen vervreemdingswinstbeding, inhoudende dat dit beding mede betrekking heeft op de vervreemdingswaarde van later verkregen melkquota, alsmede tegen 's hofs uitleg, inhoudende dat de ruilverkaveling niet ertoe kan leiden dat niet in de uiteindelijk gerealiseerde vervreemdingswinst zou worden gedeeld, omdat het beding, dat in de akte werd opgenomen terwijl de ruilverkaveling al in zicht was, anders zinloos zou zijn.