NJ 2007, 620
HR, 09-02-2007, nr. C05/311HR
HR 09-02-2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ5830, m.nt. M.M. Mendel
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
9 februari 2007
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, J.C. van Oven, W.D.H. Asser
- Zaaknummer
C05/311HR
- Conclusie
A-G Spier
- Noot
M.M. Mendel
- LJN
AZ5830
- JCDI
JCDI:ADS111560:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Verbintenissenrecht (V)
Verkeersrecht / Aansprakelijkheid
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:AZ5830, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑02‑2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ5830, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 09‑02‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑11‑2005
- Wetingang
Sr art. 310; WAM art. 3 lid 1
Essentie
WAM. Verzekeringsdekking: begrip diefstal in art. 3 lid 1 WAM en art. 3 § 1 van de Gemeenschappelijke Bepalingen; vrijheid verdragsluitende partijen.
Voor de uitleg van het begrip 'diefstal' in art. 3 lid 1 WAM dient - naar blijkt uit HR 19 april 1968, NJ 1968, 327 - naar de bedoeling van de Nederlandse wetgever te worden aangesloten bij de betekenis van dat begrip in art. 310 Sr, zodat - wil van 'diefstal' kunnen worden gesproken - dient vast te staan dat degene die zich de macht over het motorrijtuig ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.