NJB 2007, 479
HR, 09-02-2007, nr. C05/311HR
HR 09-02-2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ5830
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
9 februari 2007
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, J.C. van Oven en W.D.H. Asser
- Zaaknummer
C05/311HR
- Conclusie
A-G J. Spier
- LJN
AZ5830
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Verzekeringsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:AZ5830, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑02‑2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ5830, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 09‑02‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑11‑2005
- Wetingang
WAM art. 3 lid 1
Essentie
Verkeersaansprakelijkheid. Zoals de Hoge Raad heeft beslist in zijn arrest van 19 april 1968, NJ 1968, 327 (Eerste Rotterdamsche/Overijsselsche) dient voor de uitleg van het begrip ‘diefstal’ in art. 3 lid 1 WAM te worden aangesloten bij de betekenis van dat begrip in art. 310 Sr. De door het Benelux-Gerechtshof in zijn arrest van 20 mei 1983, A 82/4, NJ 1985, 10 (Lenglet/S.A. Royale Belge c.s.) aangenomen reikwijdte van het begrip ‘diefstal’ in art. 3, § 1 van de Gemeenschappelijke Bepalingen dwingt niet terug te komen van hetgeen de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.