Einde inhoudsopgave
RvdW 2008, 209
HR, 08-02-2008, nr. C06/240HR
HR 08-02-2008, ECLI:NL:HR:2008:BC3838
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
8 februari 2008
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, C.A. Streefkerk, W.D.H. Asser
- Zaaknummer
C06/240HR
- Conclusie
A-G Keus
- LJN
BC3838
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2008:BC3838, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑02‑2008
ECLI:NL:HR:2008:BC3838, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 08‑02‑2008
Essentie
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap; uitleg stellingen; onbegrijpelijk oordeel.
Slagende motiveringsklachten tegen de door het hof gegeven uitleg aan de stelling van de man inzake de waarde van de voormalige echtelijke woning.
Partij(en)
[De man], te [woonplaats], eiser tot cassatie, adv. aanvankelijk mr. A.A.C. Spoormans, thans mr. V.K.S. Budhu Lall,
tegen
[De vrouw], te [woonplaats], verweerster in cassatie, niet verschenen.
Uitspraak
Hoge Raad:
1. Het geding in feitelijke instanties
De vrouw heeft bij exploot van 5 juni 2000 de man gedagvaard voor de rechtbank te Middelburg en gevorderd, kort gezegd, na wijziging van eis:
- 1.
de man te veroordelen zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.