Einde inhoudsopgave
RvdW 2008, 596
HR, 06-06-2008, nr. 08/01527
HR 06-06-2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2005
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
6 juni 2008
- Magistraten
Mrs. P.C. Kop, F.B. Bakels en W.D.H. Asser
- Zaaknummer
08/01527
- Conclusie
A-G Langemeijer
- LJN
BD2005
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Openbare orde en veiligheid / Bijzondere onderwerpen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2008:BD2005, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑06‑2008
ECLI:NL:HR:2008:BD2005, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 06‑06‑2008
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑04‑2008
- Wetingang
Essentie
Wet Bopz. Verlenen voorlopige machtiging; maatstaf art. 2.
Een inleidend verzoek dat strekt tot het verlenen van een voorlopige machtiging dient te worden beoordeeld op de voet van art. 2 Wet Bopz, dat onder meer bepaalt dat een voorlopige machtiging slechts kan worden verleend indien de stoornis van de geestvermogens de betrokkene gevaar doet veroorzaken.
Samenvatting
De officier van justitie heeft een voorlopige machtiging verzocht ten aanzien van betrokkene. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen op de grond dat niet is komen vast te staan dat betrokkene door haar geestelijke stoornis een ‘onmiddellijk ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.