Einde inhoudsopgave
RvdW 2008, 593
HR, 06-06-2008, nr. C06/298HR
HR 06-06-2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5710
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
6 juni 2008
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, P.C. Kop, A. Hammerstein, J.C. van Oven, W.D.H. Asser
- Zaaknummer
C06/298HR
- Conclusie
A-G Keus
- LJN
BC5710
- Vakgebied(en)
Onteigeningsrecht / Onteigening
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2008:BC5710, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑06‑2008
ECLI:NL:HR:2008:BC5710, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 06‑06‑2008
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑10‑2006
- Wetingang
OW art. 40
Essentie
Onteigening. Vaststelling schadeloosstelling; levenswijze onteigende; gelijkwaardig woongenot; maatstaf.
Bij de beantwoording van de vraag of en op welke wijze de onteigende in staat zou worden gesteld zich een gelijkwaardig woongenot te verschaffen, heeft de rechtbank terecht de levenswijze van de onteigende in aanmerking genomen.
De vergoeding die aan de eigenaar van de onteigende woning moet worden toegekend teneinde hem in staat te stellen zich een gelijkwaardig woongenot te verschaffen, moet op zakelijke basis en naar objectieve maatstaf worden vastgesteld, waarbij met de belangen van de onteigenende overheid rekening wordt gehouden in die zin, dat de schadeloosstelling niet hoger ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.