NJB 2008, 2177
HR, 28-11-2008, nr. 07/12703
HR 28-11-2008, ECLI:NL:HR:2008:BF1886
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
28 november 2008
- Magistraten
Mrs. J.B. Fleers, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, J.C. van Oven en F.B. Bakels
- Zaaknummer
07/12703
- Conclusie
A-G mr. L. Strikwerda
- LJN
BF1886
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2008:BF1886, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑11‑2008
ECLI:NL:HR:2008:BF1886, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 28‑11‑2008
Beroepschrift, Hoge Raad, 22‑10‑2007
- Wetingang
EEX-Verordening art. 34 aanhef; EEX-Verordening art. 34 onder 3; CMR art. 31 lid 2
Essentie
Exequatur. De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over de uitleg van art. 34, aanhef en onder 3, EEX-Verordening.
Partij(en)
KLG Europe Eersel B.V., adv. mrs. R.S. Meijer en M.G.M. de Bont
tegen
X, adv. mr. M.V. Polak
Uitspraak
Feiten en procesverloop
In 2000 heeft X aan K-Line opdracht gegeven om ten behoeve van Agfa een partij camera's te vervoeren. K-Line heeft het vervoer uitbesteed aan KLG, die B heeft ingeschakeld. Laatstgenoemde heeft C ingeschakeld, die het vervoer heeft uitgevoerd. Tijdens het vervoer zijn de camera's gestolen.
In 2001 heeft X aan K-Line last en volmacht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.