De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/6.4:6.4 De verhouding tussen het disclosure statement en het deskundigenregister
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/6.4
6.4 De verhouding tussen het disclosure statement en het deskundigenregister
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS701963:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het moge op grond van het voorgaande duidelijk zijn dat het disclosure statement en het deskundigenregister elkaar niet uitsluiten, maar veeleer aanvullen. Waar het disclosure statement het meest geschikt is voor de controle van de zaakgerelateerde kwaliteitsaspecten, is het deskundigenregister het meest geschikt voor controle van de algemenere kwaliteitsaspecten alsmede de borging daarvan. Een disclosure statement is snel en eenvoudig toe te spitsen op het voorliggende geschil. Een deskundigenregister is een statischer mechanisme dat waarborgt dat de daarbij ingeschreven deskundigen vaststaande, bestendige deskundigheidskenmerken bezitten.
De kwaliteitsaspecten onafhankelijkheid en onpartijdigheid zijn per definitie zaakgerelateerd. Onafhankelijkheid en onpartijdigheid zijn immers geen vaststaande eigenschappen die een deskundige al dan niet bezit. Steeds is relevant welke partijen bij de procedure zijn betrokken en hoe de beoogde deskundige zich verhoudt tot die specifieke partijen. Met een zaakgerelateerd disclosure statement kan inzicht in deze aspecten worden gegeven.
Het kwaliteitsaspect deskundigheid is daarentegen veel algemener van aard. Of iemand in algemene zin deskundig is, is immers niet afhankelijk van de bij de procedure betrokken partijen of van andere zaakgerelateerde aspecten. Uiteraard kan het vereiste inzicht in de deskundigheid ook via een disclosure statement worden geboden, maar ik zou menen dat een goed op- en ingericht deskundigenregister dat adequate eisen aan (blijvende) inschrijving stelt, een beter mechanisme is om de deskundigheid mee te controleren. Het register heeft de kwaliteitscontrole immers al voor procesactoren verricht op een wijze die grondiger is dan waartoe de meeste procesactoren zelf in staat zijn. Via PE-normen kan bovendien worden geborgd dat ingeschrevenen blijvend voldoen aan de vereiste deskundigheid.
Het zal – gelet op het voorgaande – niet verbazen dat ik meen dat beide mechanismen moeten worden ingezet om adequaat zicht te krijgen op de deskundige en diens onafhankelijkheid, onpartijdigheid en deskundigheid. Gelet op de centrale positie die deskundigen in het onteigeningsrespectievelijk nadeelcompensatierecht innemen en de grote invloed die van hun rapportages uitgaat, is het belangrijk dat de inzet van dergelijke deskundigen met de juiste waarborgen en transparantie is omkleed. Controle- en kwaliteitsborgingsmechanismen zoals disclosure statements en deskundigenregisters kunnen aan dat doel bijdragen.