De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/6.1:6.1 Inleiding
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702012:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om de ‘kwaliteit’ van een onteigenings- of nadeelcompensatiedeskundige inzichtelijk te maken, heb ik in hoofdstuk 5 het containerbegrip ‘kwaliteit’ geoperationaliseerd. Het eindproduct van die operationalisering is een beoordelingskader inzake kwaliteit aan de hand waarvan procesactoren in algemene zin iets kunnen zeggen over de kwaliteit van de schadedeskundige. Ik concludeerde in dat hoofdstuk dat een kwalitatief goede deskundige steeds voldoende onafhankelijk, onpartijdig en deskundig zal moeten zijn. Vanaf dit hoofdstuk geef ik het onderzoek ook wat meer praktische implicaties. Ik begin met een onderzoek naar de vraag of er mechanismen bestaan die procesactoren kunnen helpen bij de kwaliteitscontrole van de schadedeskundige. Ik onderzoek voorts of die controlemechanismen een rol kunnen spelen bij de borging van de kwaliteit. Vervolgens onderzoek ik in hoofdstuk 7 de mate waarin er in de huidige praktijk gebruik gemaakt wordt van die mechanismen en of die mechanismen volstaan om de kwaliteit van de schadedeskundige adequaat te controleren en te waarborgen.
In Nederland, alsook in de ons omliggende landen, worden grofweg twee mechanismen gebruikt die kunnen helpen bij de kwaliteitscontrole van deskundigen. In de eerste plaats is dat het ‘disclosure statement’. In de tweede plaats is dat een op de rechtspraktijk gericht deskundigenregister. Met een disclosure statement verschaft de deskundige zelf inzicht in diens kwaliteit door middel van een (schriftelijke) verklaring waarin de deskundige aangeeft wat diens professionele en persoonlijke achtergrond is. Bij een op de rechtspraktijk gericht deskundigenregister leest een procesactor de kwaliteit van de deskundige daarentegen niet af aan de verklaringen van de deskundige zelf, maar aan het antwoord op de vraag of de deskundige al dan niet is ingeschreven in het betreffende register. Het deskundigenregister verricht met andere woorden de kwaliteitscontrole ten behoeve van procesactoren en tracht daarbij te waarborgen dat de bij hem ingeschreven deskundigen kwalitatief aan de maat zijn.
In dit hoofdstuk worden beide mechanismen uitgebreid geanalyseerd. Daarbij komen onder meer hun ontstaan, toepassing en voor- en nadelen aan de orde. Ik hecht er belang aan reeds hier op te merken dat het disclosure statement en het deskundigenregister elkaar niet uitsluiten, maar veeleer complementair zijn (en elkaar op punten dus kunnen overlappen).