Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/5.2.2
5.2.2 Voorschriften bij indienen beslagrekest
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS499486:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 700-770c Rv. Zie ook: Beslagsyllabus augustus 2012, p. 4.
Op grond van de algemene bepalingen van art. 278 Rv zouden strikt genomen slechts de gegevens van de verzoeker moeten worden vermeld. Ook de Beslagsyllabus vermeldt niet expliciet dat de gegevens van de beoogd beslagene of derde beslagene in het beslagrekest opgenomen dienen te worden. Het spreekt echter voor zich dat de voorzieningenrechter over deze gegevens zal willen beschikken teneinde zich een beeld van de zaak te kunnen vormen en eventueel partijen te kunnen oproepen indien hij hiertoe aanleiding ziet. Stein zegt hierover dat het ‘raadzaam’ is om deze gegevens ook te vermelden: Stein 2010, p. 8. De gegevens van de derde beslagene worden geacht te worden vermeld bij de omschrijving van de aard van het beslag.
De voorzieningenrechter zal in het geval van een geldvordering op grond van artikel 700 lid 2 het bedrag vaststellen waarvoor het verlof wordt verleend. Hierin zijn begrepen de kosten waarin de schuldenaar zal kunnen worden veroordeeld. Voor deze laatste component wordt gerekend met een gestaffeld percentage van de hoofdsom (van 30% bij vorderingen tot € 300.000.- tot 10% over het meerdere boven € 5.000.000.-). Zie uitgebreider: Beslagsyllabus augustus 2012, p. 6.
Op grond van artikel 700 lid 3 Rv verleent de voorzieningenrechter – behoudens de situatie dat reeds een eis in hoofdzaak is ingesteld – verlof tot het leggen van beslag onder de voorwaarde dat het instellen van die eis binnen een door hem te bepalen termijn van ten minste acht dagen na het beslag. De Beslagsyllabus augustus 2012, vermeldt op p. 6 een termijn van ‘in beginsel’ veertien dagen na het beslag.
Voor een verlenging in het belang van de beslaglegger geldt als uitgangspunt een eenmalige verlenging van veertien dagen (in uitzonderlijke gevallen maximaal een maand). Verlengingsverzoeken van langer dan veertien dagen en tweede verzoeken om verlenging worden in beginsel nog slechts toegestaan indien uit een schriftelijk bewijsstuk blijkt dat de beslagene hiermee instemt. Verlenging is geen automatisme: Beslagsyllabus augustus 2012, p. 1112. Indien om een langere termijn wordt verzocht dient dit ‘goed beargumenteerd’ te gebeuren. Een situatie waarin een dergelijk verzoek aan de orde kan zijn is indien partijen het met elkaar eens zijn dat verlenging gewenst is, opdat kosten en het op scherp zetten van de verhoudingen (hetgeen het uitbrengen van een dagvaarding nog wel eens tot gevolg kan hebben) voorkomen kunnen worden.
Meijsen & Jongbloed 2010a (Research Memorandum).
Beslagsyllabus juni 2011.
Beslagsyllabus juni 2011 en augustus 2012, p. 4-5.
Voor een beslagrekest gelden diverse voorschriften. Zo dient het te voldoen aan de algemene bepalingen die gelden in een verzoekschriftprocedure.1 Daarnaast zijn er specifieke vereisten, welke mede afhankelijk zijn van de aard van het beoogde beslag of de beslagen waar het beslagrekest betrekking op heeft.2
Zo zullen de gegevens van de verzoeker en de beoogd beslagene (ook wel gerekwestreerde of schuldenaar genoemd) dienen te worden vermeld alsmede, indien van toepassing, gegevens van de beoogd derde beslagene.3 Daarnaast dient het beslagrekest te bevatten: de aard van het te leggen beslag (aard van het goed, ten behoeve van verhaal, afgifte/levering of bewijsbeslag), het door de verzoeker ingeroepen recht en in het geval van een geldvordering het bedrag of het maximumbedrag (als de hoogte nog niet vaststaat) van de vordering,4 alsmede eventuele bijzondere eisen die de wet stelt voor de specifieke soort(en) van beslag. In een aantal nader in de wet genoemde gevallen dient te worden gemotiveerd welke de gronden voor de vrees voor verduistering zijn.5 Indien reeds een eis in hoofdzaak is ingesteld met betrekking tot de vordering waarvoor verlof tot het leggen van beslag wordt verzocht, moet het beslagrekest gegevens over die hoofdzaak vermelden. In dat geval is er voor de voorzieningenrechter geen noodzaak om een termijn voor het instellen van de eis in hoofdzaak te bepalen.6 Op grond van artikel 700 lid 3 Rv bestaat de mogelijkheid tot het verzoeken van verlenging van deze termijn, zolang dit voor het verstrijken van de eerder gestelde termijn gebeurt. Met ingang van 1 juli 2011 zijn de voorwaarden waaronder verlenging wordt toegestaan aangescherpt, met als uitgangspunt dat dagvaarding niet onnodig mag worden uitgesteld.7 Indien de termijn voor het instellen van een eis in hoofdzaak wordt overschreden, vervalt ingevolge artikel 700 lid 3 (slot) Rv het beslag van rechtswege.
Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek naar conservatoir beslag8 zijn met ingang van 1 juli 2011 nadere algemene vereisten aan een beslagrekest in werking getreden,9 onder meer doordat specifieke informatie dient te worden verstrekt met betrekking tot het door de verzoeker ingeroepen recht. Daarnaast dient informatie over het verweer van de beoogd beslagene te worden gegeven.10 Tevens dient in het kader van de proportionaliteit en de subsidiariteit steeds te worden gemotiveerd waarom het beslag nodig is en waarom voor het in het rekest genoemde soort van beslag is gekozen. In hoofdstuk negen over conservatoir beslag als dynamisch recht wordt meer in detail ingegaan op deze gewijzigde voorschriften.
De Beslagsyllabus geeft een uitgebreide omschrijving van de vereisten per beslagsoort.