Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.2.2.6:7.2.2.6 Ongedaanmaking van verrijking
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.2.2.6
7.2.2.6 Ongedaanmaking van verrijking
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS578718:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De vergoeding gaat tevens niet verder dan het bedrag der verrijking en een derde plafond is gelegen in het feit dat de vergoeding niet verder gaat dan voor zover dit redelijk is.
Zie BR 24 december 1993, NJ 1995, 421 m.nt. CJHB (Waeyen-Scheers/Naus) .
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het ongedaanmaken van de verrijking zou als ander doel of functie van schadevergoeding kunnen worden gezien. Daarbij moet worden aangetekend dat in het schadevergoedingsrecht de positie van de benadeelde en diens schade centraal staan en niet het door een normschending behaalde voordeel van de laedens. De vordering tot schadevergoeding uit ongerechtvaardigde verrijking in de zin van artikel 6:212 BW is dan ook gebonden aan drie plafonds, waarbij het in dit kader van belang is dat de vergoeding niet verder gaat dan het bedrag der verarming (schade).1
Artikel 6:104 BW biedt voor de rechter de mogelijkheid om in geval van aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad of een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schade te begroten op het bedrag van de behaalde winst of een gedeelte daarvan. Deze bepaling ziet echter niet zozeer op winstafdracht als zodanig, maar moet worden gezien als een vorm van abstracte schadeberekening.2 Het Nederlands recht kent dan ook geen algemene actie tot afdracht van genoten voordeel. Zie over artikel 6:104 BW verder § 7.7.3.6.