Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures
Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/4.2.5:4.2.5 Informeren individuele schuldeisers
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/4.2.5
4.2.5 Informeren individuele schuldeisers
Documentgegevens:
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708339:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Virgós & Garcimartín 2004, p. 149.
Vergelijk Virgós & Garcimartín 2004, p. 144.
HR 19 april 1996, NJ 1996/727 (Maclou/Curatoren van Schuppen), r.o. 3.5.2.
Stb. 2018, 348.
HR 1 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2765 (Lehman Brothers), r.o. 3.6.2. Hoewel de uitspraak van de Hoge Raad ziet op kennisgeving van beschikkingen van de rechter-commissaris, is r.o. 3.6.2 ruimer geformuleerd. Zie ook Wessels Insolventierecht V 2020/5057b.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het faillissement moet door de curator ter kennis worden gebracht aan bekende individuele schuldeisers die hun gebruikelijke verblijfplaats, woonplaats of statutaire zetel hebben in een andere lidstaat (art. 54 lid 1 IVO).1 De kennisgeving moet onverwijld plaatsvinden met het versturen van een daartoe bestemd formulier. Het formulier moet worden verstrekt in de officiële taal van de lidstaat waar de procedure is geopend (dus het Nederlands), maar artikel 6.3 van de INSOLAD Praktijkregels vermeldt dat het onder omstandigheden aanbeveling verdient een kopie bij te voegen in een taal die de schuldeiser kan lezen. De Insolventieverordening bepaalt niet op welke wijze de kennisgeving moet plaatsvinden, zodat bijvoorbeeld kennisgeving per e-mail is toegestaan.2 De kennisgeving is ook verplicht als het faillissement openbaar is gemaakt of is ingeschreven in een openbaar register in de lidstaat waar een schuldeiser is gevestigd.3 Publicatie of inschrijving in een andere lidstaat is dus geen alternatief voor individuele kennisgeving, maar is van belang voor het informeren van onbekende schuldeisers en andere belanghebbenden.
Artikel 54 lid 1 IVO ziet slechts op schuldeisers die woonplaats hebben in een andere lidstaat van de Europese Unie waar de Insolventieverordening van toepassing is. De curator heeft geen wettelijke verplichting om schuldeisers die woonplaats hebben in Nederland of landen waarop de Insolventieverordening niet van toepassing is individueel in kennis te stellen van het faillissement. Weliswaar kan de verplichting tot het behoorlijk vervullen van zijn taak met zich brengen dat de curator individuele schuldeisers moet informeren, maar de curator heeft hiertoe buiten de Insolventieverordening om geen algemene verplichting.4 Het eerste moment waarop de curator op grond van de Faillissementswet individuele schuldeisers moet informeren, is als een schuldeisersvergadering, waaronder een verificatievergadering, plaatsvindt.5
Voordat de Wet modernisering faillissementsprocedure in werking was getreden op 1 januari 2019,6 bepaalde de wet dat schuldeisers hiervan bij brieven op de hoogte gesteld moesten worden. Bij omvangrijke faillissementen kon ook op andere wijze door de curator met schuldeisers worden gecommuniceerd, bijvoorbeeld door het plaatsen van mededelingen op een daarvoor bestemde website. In dat geval moesten schuldeisers wel voldoende duidelijk zijn gewezen op het bestaan van die website en het belang van regelmatige raadpleging daarvan.7 Ook in die gevallen was dus een eenmalige individuele kennisgeving noodzakelijk. Inmiddels staat in de wet dat schuldeisers schriftelijk moeten worden opgeroepen voor schuldeisersvergaderingen. Hiermee is tot uitdrukking gebracht dat schuldeisers ook digitaal, bijvoorbeeld per e-mail, kunnen worden opgeroepen. De toelichting vermeldt voorts dat ook thans, bijvoorbeeld bij faillissementen met veel schuldeisers, opgeroepen kan worden in landelijke dagbladen of via een daarvoor bestemde website.8 Zeker nu de termijn voor het indienen van vorderingen een fatale termijn is (art. 127 Fw), blijft mijns inziens staan dat schuldeisers duidelijk geïnformeerd moeten worden over het bestaan van een dergelijke website en het belang van regelmatige raadpleging hiervan.
Hoewel er geen wettelijke verplichting bestaat om Nederlandse schuldeisers en schuldeisers uit niet EU-lidstaten individueel te informeren over het faillissement, is in artikel 6.1 van de INSOLAD Praktijkregels 2019 opgenomen dat de curator ‘in het algemeen’ zo snel mogelijk na zijn aanstelling alle bekende crediteuren aanschrijft. Uit de toelichting volgt dat de termijn waaronder de curator de schuldeisers aanschrijft afhangt van de omstandigheden van het geval, zoals de beschikbaarheid van een administratie en andere werkzaamheden die met spoed moeten worden uitgevoerd. Het ingesteld zijn van een rechtsmiddel tegen de faillietverklaring kan ook een reden zijn om de bekendmaking uit te stellen. Tot slot kan de curator afzien van het aanschrijven van de schuldeisers als de kosten hiervan ‘in geen enkele verhouding staan tot het beschikbare of te verwachten boedelactief’. Omdat bekendheid met het faillissement een noodzakelijke voorwaarde is voor het uitoefenen van invloed op de afwikkeling van het faillissement, is de regeling zoals opgenomen in artikel 6.1 van de INSOLAD Praktijkregels 2019 mijns inziens, in ieder geval op hoofdlijnen, gewenst. Wel heeft het mijn voorkeur dat zoiets cruciaals als de bekendmaking van het faillissement wordt opgenomen in de Faillissementswet, nu de INSOLAD Praktijkregels, hoewel breed gedragen door de praktijk, ‘slechts’ best practice bepalingen bevatten. Ik kom hierop nog terug in paragraaf 4.8.