De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/3.4.5:3.4.5 Verlies of verkrijging van zeggenschap?
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/3.4.5
3.4.5 Verlies of verkrijging van zeggenschap?
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS390882:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
J. Roest, Medezeggenschap van werknemers bij financieel-economische besluiten. Met enige beschouwingen naar Duits recht, Diss. 1996, p. 201.
R.H. van het Kaar, Medezeggenschap bij Fusie en Ontvlechting, Diss. 1993, p. 93.
FJ.P. van den Ingh, ‘Aandelenoverdracht en art. 25 WOR’, WPNR 1994/6124, p. 121 en 122.
L.G. Verburg, Het territoir van de (Nederlandse) ondernemingsraad in het internationale bedrijfsleven. Diss. 2007, p. 170-171.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een laatste vraag ten aanzien van de overdracht van zeggenschap is of sprake moet zijn van verkrijging van zeggenschap of van verlies van zeggenschap. Duidelijk is dat sprake is van overdracht van zeggenschap indien de ene 100%-aandeelhouder alle aandelen overdraagt aan een andere persoon of vennootschap. Maar is er ook sprake van overdracht van zeggenschap indien vennootschap A alle aandelen van vennootschap B verkrijgt van tientallen individuele aandeelhouders die ieder op zich geen zeggenschap in de vennootschap houden? Of andersom: indien vennootschap A al haar aandelen in vennootschap B verkoopt aan tientallen individuele aandeelhouders? In dat geval is er sprake van verlies van medezeggenschap, maar verkrijgt niemand deze. Moet er gekeken worden naar de zijde van de vervreemder of naar de zijde van de verkrijger? Roest stelt dat er moet worden gekeken naar de zijde van de vervreemder, aangezien de tekst spreekt van overdracht van zeggenschap. In haar visie is sprake van overdracht van zeggenschap indien een pakket van meer dan 50% van de zeggenschapsrechten wordt overgedragen, ook als verschillende aandeelhouders in onderlinge samenwerking meer dan 50% van de aandelen overdragen.1 Van het Kaar lijkt deze mening te delen, nu hij schrijft dat een minderheidsaandeelhouder in de regel geen doorslaggevende invloed kan uitoefenen en daardoor geen zeggenschap kan overdragen.2 Van den Ingh kiest daarentegen voor een verkrijgersvisie. Hij motiveert dit met een verwijzing naar de achtergrond van het adviesrecht dat de or moet worden geraadpleegd over (voorgenomen) besluiten die wijzigingen kunnen aanbrengen in de arbeidsvoorwaarden of het aantal werknemers. Het is de verkrijger en niet de vervreemder die wijzigingen daarin aanbrengt.3 Juist gezien het doel en de achtergrond van het adviesrecht sluit ik mij aan bij de medezeggenschapsrechtelijke benadering van Verburg, waarbij het aankomt op een rationele uitleg van de WOR.4 Zowel bij overdracht door één persoon aan verspreide aandeelhouders als bij overdracht van aandelen door verschillende aandeelhouders aan één persoon/ vennootschap kan in een dergelijke benadering sprake zijn van overdracht van zeggenschap. Hiermee wordt gegarandeerd dat iedere wijziging van de zeggenschap ter raadpleging aan de or wordt voorgelegd. Dit sluit ook aan bij de Fusiegedragsregels, die een fusie omschrijven als: “verkrijging of overdracht van de zeggenschap, direct of indirect, over een onderneming of een onderdeel daarvan, alsmede de vorming van een samenstel van ondernemingen (art. 1 lid 1 sub d FGR).”