Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.4.3.4.1
II.4.3.4.1 Bepaalbaarheid van verbintenissen
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS623670:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Hartkamp & Sieburgh 2014 (6-III), nr. 284.
Zie subparagraaf 4.3.2.2 onder C ‘Bepaaldheid van verbintenissen…in de literatuur’.
Hiertoe behoren zoals gezegd niet de subjecten , dat wil zeggen de schuldeiser en de schuldenaar, van de verbintenis. Zie in dit verband ook de opmerking in noot 24 van dit hoofdstuk.
Valk, Rechtshandeling en overeenkomst 2010, nr. 57: ‘Een voorstel tot het sluiten van een koopovereenkomst omtrent een of meer van de in een boekenkast aanwezige boeken is daarom geen aanbod. Als de wederpartij op het voorstel ingaat, zullen partijen immers eerst moeten bepalen hoeveel boeken en ook welke exemplaren van welke titels voorwerp van de koop zullen zijn, voordat van een geldige koopovereenkomst sprake kan zijn. Het voorstel was niet meer dan een uitnodiging om in onderhandeling te treden.’ Zie voorts Asser/Hijma 2013 (7-I”), nr. 200 die schrijft dat bij een genuskoop bepaald of bepaalbaar moet zijn om welke soort en om welke hoeveelheid het gaat. En bij een specieskoop moet bepaald of bepaalbaar zijn om welke individuele zaak het gaat. Vgl. HR 13 januari 1938, NJ 1938/566, waarin wordt bepaald ‘dat de verbintenis om ter zake van een schuld van een bepaald bedrag zekerheid te zullen verschaffen, zonder aanduiding in welke soort of in welke individueele goederen die zekerheid moet bestaan, voldoet aan den eisch, die de wet stelt, omdat bij zoodanige verplichting het aankomt op de waarde van de tot zekerheid te geven goederen, waarvan de maatstaf is te vinden in het bepaalde bedrag van de schuld, waarvoor de zekerheid verschaft wordt, terwijl de soort en de individualiteit voor het beoogde doel slechts bijkomstige beteekenis hebben (cus. NB)’.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 2014 (6-III), nr. 96; Valk, Rechtshandeling en overeenkomst 2010, nr. 59.
Zie ook Hartkamp 2005, nr. 363 die naast art. 7:4 BW (koopprijs) wijst op art. 6:17 BW (keuze bij alternatieve verbintenis), art. 7:405 lid 2 BW (vaststelling van het loon bij opdracht) en art. 7:752 BW (prijs bij aanneming van werk). Hij merkt hierbij op dat de redelijkheid en billijkheid de vereiste objectieve, zo nodig corrigerende factor vormen. Vgl. ook de voorbeelden uit de rechtspraak in paragraaf 4.3.3.2.
Art. 6:227 BW spreekt, anders dan art. 1356 oud BW, niet van een bepaald onderwerp, maar van de bepaalbaarheid van verbintenissen. De prestatie ofwel het voorwerp van de verbintenis moet voldoende bepaald ofwel bepaalbaar zijn. Art. 6:227 BW wijkt evenwel materieel niet af van art. 1356 oud BW en kan worden beschouwd als zijn opvolger.1 Hetgeen hiervoor is opgemerkt over een bepaald onderwerp als bedoeld in art. 1356 oud BW geldt dus evenzo voor art. 6:227 BW.2 Het gaat er met andere woorden om dat de prestatie ofwel het object van de verbintenis (dat niet vereenzelvigd dient te worden met ‘de zaak’) bepaalbaar is.3 Volgens Valk behoren hiertoe bij een koopovereenkomst steeds de soort en hoeveelheid. Dit zijn volgens hem essentiële elementen, zonder welke de overeenkomst niet kan bestaan.4 De prijs is daarentegen geen essentialia van een koopovereenkomst. Is er geen prijs bepaald, dan is de koper een redelijke prijs verschuldigd (art. 7:4 BW). Vgl. ook art. 7:405 lid 2 BW, art. 7:601 lid 2 BW, art. 7:618 BW en art. 7:752 lid 1 BW).5 De redelijkheid en billijkheid springen hier als objectieve factor bij.6