Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba
Einde inhoudsopgave
Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba (BPP nr. VII) 2010/4.4.2:4.4.2 Een tegenwerping
Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba (BPP nr. VII) 2010/4.4.2
4.4.2 Een tegenwerping
Documentgegevens:
Mr. G.C.C. Lewin, datum 08-01-2010
- Datum
08-01-2010
- Auteur
Mr. G.C.C. Lewin
- JCDI
JCDI:ADS443854:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De kleinschaligheid van de samenleving brengt mogelijk zekere gevaren mee ten aanzien van het optreden van de rechter. Rijmer wijst erop dat in kleine samenlevingen functionele relaties kunnen worden doorkruist door persoonlijke relaties, zodat het bij de functionele relaties behorende gedrag wordt vertroebeld. Er vindt overlapping plaats van de verschillende rollen, waardoor deze een diffuus karakter krijgen. Rijmer citeert een opmerking van Butter dat het in een kleine samenleving een bovenmenselijke opgave kan worden om strikt onpartijdig te handelen.1 Munneke heeft mede op basis hiervan een prismatisch maatschappijmodel ontwikkeld, waarin de sociale, economische, juridische en politieke structuren van de maatschappij vervlochten zijn, zodat de menselijke relaties worden bepaald door regels van verschillende elkaar overlappende structuren.2 Toegepast op de rechter: zijn rol wordt niet alleen bepaald door zijn juridische plaats in de samenleving, maar ook door zijn sociale, economische en politieke plaats. Loth spreekt van een informeel opererende gezaghebbende dorpsoudste en in navolging van Bruinsma van een postmoderne kadi die het recht op afstand plaatst.3 Hij meent dat de rechter niet alleen geschillenbeslechter is, maar ook hoeder van het publieke fatsoen.4
Naar mijn mening dient de rechter een zaak niet te behandelen indien hij niet in staat is de onafhankelijkheid en onpartijdigheid te bewaren die onder meer art. 6 EVRM eist. Verder dient hij bij de uitoefening van zijn bevoegdheden zijn persoonlijke maatschappelijke positie buiten beschouwing te laten. Het gaat immers niet om hem. Ook vat hij zijn taak te ruim op, indien hij zich uitlaat over fatsoensnormen in gevallen waarin dat niet nodig is voor de toepassing van het recht. Indien in kleine samenlevingen het gevaar groter is dat de rechter zich hier niet aan houdt, dan kan dat reden zijn om hem niet al te grote vrijheden toe te kennen. Maar naar mijn overtuiging kan de rechter deze grenzen ook best in acht nemen in een kleine samenleving. Ik heb de indruk dat de rechter in de Nederlandse Antillen en Aruba in het algemeen deze grenzen in acht neemt en een goed gebruik maakt van zijn vrijheden, in elk geval in de huidige praktijk. Daarom blijf ik ondanks deze tegenwerping bij de mening dat er goede grond is het uitgangspunt te handhaven dat de rechter actief is en veel vrijheden heeft.