Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba
Einde inhoudsopgave
Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba (BPP nr. VII) 2010/4.4.4:4.4.4 De grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep
Het hoger beroep en het cassatieberoep in burgerlijke zaken in de Nederlandse Antillen en Aruba (BPP nr. VII) 2010/4.4.4
4.4.4 De grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep
Documentgegevens:
Mr. G.C.C. Lewin, datum 08-01-2010
- Datum
08-01-2010
- Auteur
Mr. G.C.C. Lewin
- JCDI
JCDI:ADS448790:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bakels 1990, p. 149.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in paragraaf 4.2.3 is beschreven, biedt van de door Hovens onderzochte stelsels van appelrecht het Nederlandse stelsel de meeste ruimte voor nieuwe stellingen en nieuw onderzoek in hoger beroep. De vrijheid van de appelrechter is daarmee het grootste. In de Nederlandse Antillen en Aruba is de vrijheid van de appelrechter nog groter dan in Nederland. Niet alleen biedt het hoger beroep ruimte voor een nieuwe eis, nieuwe feitelijke en juridische stellingen en nieuw onderzoek, binnen de grenzen van een goede procesorde zelfs nog in de loop van de procedure in hoger beroep, zoals in Nederland, maar daarnaast heeft de appelrechter de bevoegdheid het bestreden vonnis buiten de grieven om te vernietigen (het afgezwakte grievenstelsel), welke bevoegdheid nog wordt ondersteund met de hiervoor besproken suggestie-bevoegdheid.
Deze ruime bevoegdheden dienen het rechterlijk streven recht te doen aan de materiële rechtsverhouding van partijen. Zoals in paragraaf 4.43 is betoogd, kunnen zij daarvoor een nuttig instrument zijn.
Een voordeel van het afgezwakte grievenstelsel is verder het volgende. De bevoegdheid om een vonnis buiten de grieven om te vernietigen, brengt m.i. mee dat de Nederlandse jurisprudentie over nieuwe grieven (de 'in beginsel strakke regel') niet geldt in de Nederlandse Antillen en Aruba (zie paragraaf 3.4.2). In Nederland mag de appellant na de memorie van grieven in beginsel geen nieuwe grieven aanvoeren, terwijl de geïntimeerde na de memorie van antwoord nieuwe verweren mag aanvoeren voor zover de eisen van een goede procesorde dat toelaten. Deze door Bakels gesignaleerde ongelijkheid tussen partijen bestaat niet in de Nederlandse Antillen en Aruba.1 Hier vormen de eisen van een goede procesorde de maatstaf voor beide partijen.
De nadelen van het afgezwakte grievenstelsel komen grotendeels overeen met de in paragraaf 4.43 genoemde nadelen. De daar geschetste gevaren zijn echter minder groot voor zover de appelrechter zich weliswaar begeeft buiten de door de grieven getrokken grenzen, maar niet buiten de feitelijke grondslag van eis en verweer in eerste aanleg.
Anders dan men soms denkt, bevat het afgezwakte grievenstelsel prikkels om appellant ertoe te bewegen tijdig grieven aan te voeren en grieven van goede kwaliteit aan te voeren. Zoals in hoofdstuk 3 is uitgewerkt, kan de appellant daarmee de rechter immers verplichten tot nader onderzoek en tot nadere motivering.In de praktijk werken deze prikkels goed, want in bijna alle zaken worden in hoger beroep grieven geformuleerd. Het is niet nodig om die prikkels te verscherpen met sancties als niet-ontvankelijkverklaring of binding van de appelrechter.
Ook in het appelrecht van de Nederlandse Antillen en Aruba bestaat een zekere processuele ongelijkheid tussen de appellant en geïntimeerde. Zoals ook in hoofdstuk 3 is besproken, heeft geïntimeerde meer baat bij de devolutieve werking van het hoger beroep, omdat hij geen stellingen in hoger beroep opnieuw behoorlijk naar voren behoeft te brengen (paragraaf 3.6.4) en heeft hij ook meer baat bij de ambtshalve taken van de appelrechter (paragraaf 3.8.2). M.i. is deze ongelijkheid gerechtvaardigd. Geïntimeerde heeft de uitkomst van het geding in eerste aanleg aanvaard. Hij heeft niet om een duur en tijdrovend hoger beroep gevraagd, maar wordt door de appellant gedwongen opnieuw te strijden over een geschil dat hij (in elk geval deels) in eerste aanleg gewonnen heeft.
Verwant hieraan is de in eerste aanleg bestaande processuele ongelijkheid tussen eiser en gedaagde. Die brengt bijvoorbeeld mee dat indien over en weer geen enkele stelling komt vast te staan, de vordering wordt afgewezen.
Naar mijn mening functioneert het afgezwakte grievenstelsel goed en efficiënt en brengt het een evenwichtige taakverdeling tussen de rechter en partijen mee.