Regres bij concernfinanciering
Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/6.5.4.1.2:6.5.4.1.2 De patroon betaalt schadevergoeding aan de kredietgever
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/6.5.4.1.2
6.5.4.1.2 De patroon betaalt schadevergoeding aan de kredietgever
Documentgegevens:
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS588578:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De patroon en de protegé zijn mogelijk hoofdelijk verbonden als de patroon zijn oorspronkelijke verplichting verzaakt. In dit geval wordt hij aangesproken tot schadevergoeding. Het uitgangspunt voor hoofdelijkheid is dat meerdere schuldenaren voor dezelfde prestatie zijn aan te spreken. Volgens de heersende mening is hiervan sprake wanneer de prestatie van partijen gericht is op bevrijding van dezelfde schuld. Hiervoor is het niet noodzakelijk dat de prestaties op dezelfde rechtsgrond berusten. De prestaties moeten berusten op een inhoudelijke gelijke verwantschap.1 Ditzelfde blijkt ook uit de rechtspraak van het BGH die de reikwijdte van de hoofdelijkheid de laatste decennia continu heeft opgerekt.2
In de literatuur is de vraag gesteld of de positie van de patroon accessoir is ten opzichte van de positie van de protegé. Hoofdelijkheid in de zin van § 421 BGB veronderstelt gleichstufigkeit. De ene schuldenaar moet niet nauwer met de schuld zijn verbonden dan de andere schuldenaar. Nu wordt betoogd dat de schuldenaar door het moeten betalen van schadevergoeding niet meer voor de kredietnemer presteert, maar voor zichzelf. Hierdoor staat hij op ‘gelijke voet’ ten opzichte van de schuld als de kredietnemer.3
Een dergelijke situatie is niet van toepassing op het voldoen van de primaire verplichting uit hoofde van de patronaatsverklaring. Echter, bij betaling van schadevergoeding wel. De patroon betaalt schadevergoeding aan de kredietgever, gelijk de kredietnemer de schuld moet betalen aan de kredietgever. Deze verwantschap levert hoofdelijke aansprakelijkheid op. Dit heeft tot gevolg dat § 426 BGB toegepast kan worden op hun interne verhouding. Uit het bepaalde in § 426 BGB volgt een draagplichtverdeling voor gelijke delen, tenzij een andere verdeling van de draagplicht preferentie eist. Dit kan bijvoorbeeld voortvloeien uit de reden waarom de patroon de patronaatsverklaring heeft afgegeven.4 Een tweede gevolg van § 426 BGB is de overgang van de hoofdvordering naar de patroon.5