NJB 2026/254
Parkeerbelasting. Verhaalbarekostenlimiet. Aansluiting bij jurisprudentie opbrengstlimiet.
HR 23-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:24
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 januari 2026
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
23/04460
24/02548
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:100, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑01‑2026
ECLI:NL:HR:2026:24, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2024:1117, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1116, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1113, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
- Wetingang
(art. 234 Gemw)
Essentie
Parkeerbelasting. Verhaalbarekostenlimiet. Aansluiting bij jurisprudentie opbrengstlimiet.
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
‘Verhaalbare kosten
b) Middel II, de door te berekenen kosten
4.2
Middel II (…) betoogt dat slechts kosten in rekening kunnen worden gebracht die zijn gemaakt ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag, en dus niet ter zake van de invordering daarvan. Het betoogt bovendien dat de kosten van parkeerautomaten en parkeerapps niet mogen worden doorberekend, enerzijds omdat die kosten niet zijn gemaakt ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag en anderzijds omdat ze evenmin samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting. Voor het geval dergelijke ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.