Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/7.5.3:7.5.3 Erfpacht
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/7.5.3
7.5.3 Erfpacht
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS488411:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Jong 1995, p. 43.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een erfpachter heeft de bevoegdheid om eens anders zaak te houden en te gebruiken (art. 5:85 lid 1). Daarbij heeft hij, tenzij in de akte van vestiging van het recht anders is bepaald, hetzelfde genot van de zaak als de eigenaar (art. 5:89 lid 1).
Expliciet worden in de wet nog de volgende bevoegdheden genoemd:
het veranderen van de bestemming, gebruik in afwijking van de bestemming met toestemming van de eigenaar (art. 5:89 lid 2);
het wegnemen van bepaalde gebouwen, werken en beplantingen (art. 5:89 lid 3);
eigendom van vruchten en andere voordelen van roerende aard (art. 5: 90 lid 1);
het geven van de zaak in ondererfpacht (art. 5:93 lid 1);
het recht om de zaak te verhuren of te verpachten (art. 5: 94 lid 1).
De Jong,1 sprekend over de aan een erfpachter toekomende genotsrechten – welke rechten, zoals wij zagen ingevolge het bepaalde in art. 5:89, a fortiori toekomen aan een eigenaar – onderscheidt de navolgende aspecten:
de bestemming van het erfpachtsperceel;
de inrichting van het terrein, waaronder de bevoegdheid of verplichting tot het bouwen van opstallen, het aanleggen van werken of het aanbrengen van beplantingen;
het beheer en gebruik van het terrein; het onderhoud van het perceel;
vruchten en voordelen van roerende en onroerende aard;
inbreuk op het genot van de zijde van derden.