Belastingblad 2019/343
Wet WOZ. Mocht het hof het ter zitting gedane bewijsaanbod van belanghebbende passeren als tardief? Heeft het hof de verwijzingsopdracht goed opgevat?
HR (Parket) 30-07-2019, ECLI:NL:PHR:2019:795, m.nt. Redactie
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
30 juli 2019
- Zaaknummer
19/00230
- Conclusie
A-G IJzerman
- Noot
Redactie
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS78551:1
- Vakgebied(en)
Waardering onroerende zaken (V)
Fiscaal procesrecht / Bewijs
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1573, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑10‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑10‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:795, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑07‑2019
Essentie
Wet WOZ. Mocht het hof het ter zitting gedane bewijsaanbod van belanghebbende passeren als tardief? Heeft het hof de verwijzingsopdracht goed opgevat?
Conclusie
A-G IJzerman heeft heden conclusie genomen in de zaak met nummer 19/00230 naar aanleiding van het beroep in cassatie van [X] GmbH, belanghebbende, tegen de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Verwijzingshof) van 29 november 2018.
Belanghebbende was tot 3 november 2015 eigenaar van een kantoorgebouw, bestaande uit vier afzonderlijke WOZ-objecten. Deze zijn op die datum verkocht voor een bedrag van in totaal € 4.887.213. Het materiële geschil betreft de juiste waardevaststelling van de objecten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.