NJ 2023/231
Gebruik voor het bewijs van kennelijk leugenachtige verklaring.
HR 20-06-2023, ECLI:NL:HR:2023:945
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
20 juni 2023
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, M.J. Borgers, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
21/03120
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS707261:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:945, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 20‑06‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:476, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑05‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑07‑2022
- Wetingang
Essentie
De verklaring van de verdachte kon als kennelijk leugenachtige verklaring voor het bewijs worden gebruikt, nu het hof gedetailleerd heeft aangegeven om welke onderdelen van die verklaring het gaat en op welke uit de bewijsvoering blijkende feiten en omstandigheden zijn oordeel berust.
Samenvatting
Het hof heeft het volgende vastgesteld. In de nacht van 23 op 24 mei 2013 is brand uitgebroken in een sportschool in Groningen waarvan de verdachte destijds één van de eigenaren was. De verdachte werd die nacht door gealarmeerde hulpdiensten op het platte dak van de sportschool aangetroffen met drie schotwonden. De verdachte heeft aangifte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.