Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap
Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.6:3.6 Rechtsvergelijkende slotconclusie
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.6
3.6 Rechtsvergelijkende slotconclusie
Documentgegevens:
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS448674:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van de onderzochte jurisdicties kent alleen Engeland een regeling van het bestuursverbod die over het geheel genomen stringenter is dan de Nederlandse. Naar Engels recht is het niet omstreden dat ook bestuurshandelingen van de commanditaire vennoot die zich niet naar buiten manifesteren onder het bestuursverbod vallen, terwijl dat naar Nederlands recht minst genomen onzeker is. Ook ten aanzien van de mogelijkheid om de gecommanditeerde vennoot te adviseren of voorgenomen besluiten van de gecommanditeerde vennoot aan de goedkeuring van de commanditaire vennoot te onderwerpen stelt het Engelse recht zich terughoudender op dan het Nederlandse. Bij overtreding van het verbod de vennootschap te besturen is de commanditair ook naar Engels recht hoofdelijk aansprakelijk voor de verbintenissen van de vennootschap. Onduidelijk is evenwel of deze aansprakelijkheid zich uitstrekt over alle verbintenissen van de vennootschap of slechts die verbintenissen die zijn aangegaan in de periode waarin de commanditair deelnam aan het besturen van de vennootschap. Ook overigens bestaat inzake de regeling van het bestuursverbod naar Engels recht over de gehele linie een grote mate van onduidelijkheid. Pogingen om het Engelse recht op dit punt te verduidelijken en te versoepelen zijn in het recente verleden wel gedaan maar lijken thans bij gebrek aan politieke prioriteit stil te liggen.
De regeling van het bestuursverbod in de andere drie onderzochte jurisdicties is liberaler dan die in Nederland. De geringste afstand neemt Frankrijk. Naar Frans recht staat vast dat zich niet naar buiten manifesterende bestuurshandelingen niet door het bestuursverbod worden getroffen; in Nederland heerst op dit punt onzekerheid. Het meest onderscheidt het Franse recht zich van het Nederlandse bij de gevolgen van overtreding van het bestuursverbod. In Nederland geldt op dat vlak in beginsel nog altijd dat een bedrijvige commanditair bij elke overtreding van het bestuursverbod voor alle schulden van de vennootschap jegens alle vennootschapscrediteuren onbeperkt wordt verbonden. In Frankrijk is dit uitgangspunt reeds lange tijd geleden verlaten en vervangen door een stelsel dat een groter evenwicht tussen het gewicht van de overtreding en de zwaarte van de daaraan verbonden gevolgen mogelijk maakt.
Het Duitse recht is nog soepeler. Ook daar geldt in beginsel dat een commanditair geen bestuurshandelingen mag verrichten, maar anders dan in het Nederlandse recht is de desbetreffende bepaling van aanvullend recht. Partijen zijn daarmee in zeer verregaande mate vrij de commanditair, zelfs met uitsluiting van de gecommanditeerde vennoot, contractueel bestuursbevoegdheid te verlenen. Ook wordt naar Duits recht slechts in uitzonderingssituaties aangenomen dat schending van het bestuursverbod resulteert in een aansprakelijkheid van de commanditair voor verbintenissen van de commanditaire vennootschap. Zolang hij correct als commanditair is ingeschreven in het handelsregister is hij slechts aansprakelijk wanneer zijn bestuurlijk handelen als misleidend of anderszins onrechtmatig is te kwalificeren.
Het meest liberale stelsel kent het Amerikaanse recht. Onder ULPA 2001 is het bestuursverbod geheel afgeschaft, en onder de daaraan voorafgaande RULPA 1976 en vooral RULPA 1985 is door de ruim geformuleerde safe harbourbepalingen contractueel een situatie te bereiken die daarbij dicht in de buurt komt. De gevolgen van overtreding van het bestuursverbod onder RULPA 1976 hangen of van de vraag of de commanditair substantially the same werkzaamheden heeft verricht als de gecommanditeerde vennoot: in dat geval is hij als een general partner voor alle vennootschapsschulden aansprakelijk. In andere gevallen van overtreding van het bestuursverbod is de bedrijvige commanditair slechts aansprakelijk jegens de vennootschapscrediteur die wist dat de commanditair in algemene zin bestuurshandelingen had verricht. Dit onzekerheid veroorzakende onderscheid is in RULPA 1985 afgeschaft; onder deze regelgeving is de bedrijvige commanditair slechts aansprakelijk tegenover vennootschapscrediteuren die met hem hebben gehandeld in de veronderstelling dat hij de gecommanditeerde vennoot is. In alle gevallen treden de gevolgen van overtreding van het bestuursverbod minder snel in dan onder het Nederlandse recht. Bovendien zijn deze gevolgen, zo ze zich voordoen, doorgaans minder ingrijpend.