De bevrijdende verjaring
Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/17.7.4:17.7.4 Oplossing in wijziging van de bewoordingen van art. 3:317 BW
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/17.7.4
17.7.4 Oplossing in wijziging van de bewoordingen van art. 3:317 BW
Documentgegevens:
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS370153:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Welk van de hiervoor gegeven verklaringen men ook voor juist houdt, in ieder geval lijkt aannemelijk dat de ruimte voor misinterpretaties afneemt naarmate de tekst van de bepaling beter met haar ratio overeenstemt. Ik noemde als mogelijke oorzaak van misverstand de 'zware toon' van art. 3:317 BW (mijn tweede verklaring) en zou dus menen dat wellicht aanpassing op dat vlak tot verbetering leidt. Met name te denken valt aan het schrappen van de term "ondubbelzinnig". De volgende alternatieve tekst is te overwegen:
"De verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waaruit blijkt dat de schuldeiser zich zijn recht op nakoming voorbehoudt".
Strikt genomen zou uit deze bepaling de "schriftelijke aanmaning" ook nog wel weg kunnen, omdat een "schriftelijke aanmaning" toch ook altijd wel zal zijn een "schriftelijke mededeling waaruit blijkt dat schuldeiser zich zijn recht op nakoming voorbehoudt"; het tweede criterium bergt met andere woorden het eerste in zich.