De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/4.1:4.1 Inleiding
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250447:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De term ‘materiële’ reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid kan verwarrend zijn omdat er geen ‘formele’ reikwijdte is. Aangezien de term materiële reikwijdte in de literatuur algemeen is aanvaard, gebruik ik deze ook. Zie onder meer Bartman 2002, p. 23, De Neve 2002, p. 236, Blom 2005, p. 178, De Neve 2011, p. 48-49, Rongen 2012, p. 1299-1302, Van der Sangen 2017, p. 209, Van der Kraan 2018b, p. 31, Van Zoest 2019, p. 22 en Bartman, Dorresteijn & Olaerts 2020, p. 217.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Over de precieze reikwijdte van de aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring bestaat veel onduidelijkheid. Een van de vragen is voor welke ‘soort’ schulden een moedermaatschappij op grond van een 403-verklaring aansprakelijk is. Dit betreft de zogenoemde ‘materiële’ reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid.1
Op grond van art. 2:403 lid 1 sub f BW dient een moedermaatschappij zich uit hoofde van een 403-verklaring hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de uit rechtshandelingen van de 403-maatschappij voortvloeiende schulden. Uit deze bepaling zijn drie elementen op te maken met betrekking tot de materiële reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid: ‘schulden’, ‘rechtshandelingen’ en ‘voortvloeien’. In dit hoofdstuk onderzoek ik allereerst hoe deze drie elementen moeten worden uitgelegd (§ 4.2 tot en met § 4.4). Vervolgens ga ik nader in op verschillende schulden ten aanzien waarvan in de literatuur of de jurisprudentie de vraag is gesteld of deze al of niet onder de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid vallen. Met betrekking tot iedere schuld ga ik na of de moedermaatschappij naar huidig recht hiervoor op grond van de 403-verklaring aansprakelijk is en of zij dit volgens het door mij bepleite uitgangspunt voor compensatie zou moeten zijn (§ 4.5). Aan de hand van de drie onderzochte elementen en de behandelde voorbeelden, kom ik vervolgens tot een algemene regel ter beoordeling of een schuld voortvloeit uit een rechtshandeling van de 403-maatschappij en daarmee onder de materiële reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid valt (§ 4.6).
Tot slot komen twee onderwerpen aan bod die samenhangen met het vraagstuk van de materiële reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid. Ten eerste onderzoek ik of een aan een vordering op de 403-maatschappij verbonden voorrecht of achterstelling, meebrengt dat ook de vordering op de moedermaatschappij is bevoorrecht, respectievelijk is achtergesteld (§ 4.7 en § 4.8). Daarnaast ga ik in op de situatie dat een 403-maatschappij een overeenkomst aangaat met een crediteur, ter afwikkeling van een schuld uit de wet. Ik onderzoek of de 403-aansprakelijkheid zo moet worden uitgelegd dat aangezien de overeenkomst betrekking heeft op een schuld uit de wet, de schulden die uit die overeenkomst voorvloeien, zijn terug te voeren tot de wet en daarom niet onder de reikwijdte van de 403-aansprakelijkheid vallen (§ 4.9).