Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/4.5.3
4.5.3 De marktmacht
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183570:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Richtsnoeren Horizontalen, rn. 39; Richtsnoeren artikel 101 lid 3 van het Werkingsverdrag, par. 25; Richtsnoeren handhavingsprioriteiten artikel 102 van het Werkingsverdrag, par. 11.
HHI = (502 + 202 + 202 + 102) = 3400.
NMa, Monitor Financiële Sector, 2005, p. 93.
NMa, Monitor Financiële Sector 2005, p. 93.
Baarsma e.a. 2008, p. 11 onder vermelding van een waarde van 53,7% op basis van een C3 ratio (berekening van de aandelen op de markt van de drie grootste makelaarskantoren).
Visie op de toekomst van de Nederlandse verzekeringssector, Duurzaamheid door transformatie, Rapport DNB 2015, p. 17.
Visie op de toekomst van de Nederlandse verzekeringssector, Duurzaamheid door transformatie, Rapport DNB 2015, p. 17.
Baarsma e.a 2008, p. 11.
In de artikelen 2:38 en 2:39 van de Wft. bevat de wettelijke regeling voor de toegang van verzekeraars met een zetel in een andere lidstaat tot de Nederlandse markt.
De (methodologische) verantwoording van dit praktijkonderzoek is opgenomen in hoofdstuk 1 onder par. 1.3.
Gekozen kon worden uit de volgende mogelijkheden: 1, 2 t/m 5, 6 t/m 10, 10 of meer.
Gekozen kon worden uit de volgende mogelijkheden: klein (minder dan vijf), middelgroot (vijf tot tien) en groot (groter dan tien).
Naast de antwoordmogelijkheden ‘daalt’, ‘blijft gelijk’ en ‘stijgt’ konden respondenten kiezen voor de mogelijkheid ‘weet ik niet’.
Baarsma e.a 2008, p. 16 waar men noemt dat ongeveer tien verzekeraars wedijveren voor de positie van leider (maar dat per branche verschillend kan zijn). Zie ook: hoofdstuk 5, par. 5.2.1.2 van dit boek.
Zie artikel 2:38 en 2:39 Wft.
Teneinde de marktmacht van ondernemingen te kunnen bepalen, is het nodig om de marktaandelen te berekenen. Zoals ik besprak in hoofdstuk drie ziet het begrip marktmacht op het vermogen om voor een bepaalde (beduidende/aanzienlijke) periode prijzen op winstgevende wijze boven het concurrerende niveau te handhaven dan wel de productie, op het stuk van producthoeveelheden, productkwaliteit, productdiversiteit of innovatie, voor een bepaalde periode op winstgevende wijze onder het concurrerende niveau te handhaven.1
Tabel 4.1 (Bron: jaarverslagen VNAB 2005-2016)
2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
Aantalverzekeraars
30
29
28
28
31
34
37
38
39
41
40
42
(waarvangevolmachtigdagent)
9
8
7
7
8
7
7
6
7
n.b.
n.b
n.b
Toetreding
0
2
1
4
3
4
2
1
1
2
3
Uittreding
2
Fusies
1
0
0
0
0
0
3
1
1
1
1
Aantalmakelaars
62
51
57
57
53
53
48
43
40
40
40
39
Toetreding
5
2
2
2
2
1
2
2
Uittreding
0
Fusies
3
3
0
1
1
3
2
1
In de situatie dat een onderneming een gering marktaandeel heeft, zal minder invloed kunnen worden uitgeoefend op de concurrentie en is een beperking van de mededinging minder waarschijnlijk. Als partijen samenwerken, is het voor een beoordeling onder het mededingingsrecht noodzakelijk om te bepalen wat het gezamenlijke marktaandeel is van de ondernemingen.
Een van de instrumenten die wordt gebruikt om de marktmacht van ondernemingen te bepalen, is de concentratiegraad. De concentratiegraad laat zien hoe sterk ondernemingen op een markt zijn geconcentreerd. Over het algemeen geldt dat hoe sterker de concentratie op een markt is, hoe eerder mededingingsproblemen daarop kunnen worden geconstateerd. Een maatstaf die wel wordt gebruikt om de mate van concentratie te berekenen, is de Herfindahl Hirschman Index (HHI). Deze index bestaat uit de (gekwadrateerde) som van de marktaandelen van het aantal spelers in een markt. Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Stel een markt bestaat uit 4 bedrijven met marktaandelen van 50, 20, 20 en 10 procent. De HHI index is dan 3400.2 Een HHI index die dichterbij de waarde nul ligt, duidt op een oneindig aantal bedrijven in een markt en een index die 10.000 is, wijst op een monopolist.
Aangezien de auteur ten tijde van het schrijven van het boek geen beschikking had over de gegevens om marktaandelen te kunnen berekenen, is het niet mogelijk om conclusies trekken over de mate van concentratie en marktmacht op basis van een HHI index. Uit het onderzoek van de NMa, thans: ACM, in het kader van de Monitor Financiële Sector 2005 blijkt echter dat de marktaandelen van de makelaars scheef zijn verdeeld. De twee grootste makelaarskantoren (Marsh en AON) zouden een marktaandeel hebben van 50-60%. Ook zou er een kleine groep verzekeraars zijn die alle type verzekeringen en de benodigde capaciteit heeft om de risico’s van grote internationale ondernemingen te kunnen accepteren.3 Vooral Duitse en Amerikaanse verzekeraars zouden daartoe in staat zijn. Destijds waren bovendien relatief weinig Nederlandse verzekeraars op de beurs actief.4 Door SEO wordt geconstateerd dat in de makelaarsmarkt inderdaad een kleine groep bedrijven een sterke marktpositie inneemt.5 Ten aanzien van mogelijke concentratie op de markt voor verzekeraars bij coassurantie wordt beargumenteerd dat de concentratie die daar bestaat niet problematisch is. Als reden daarvoor wordt genoemd dat de (grote) leidende verzekeraars de (kleinere) volgverzekeraars nodig hebben om een deal te sluiten. Verder zouden er nichespelers zijn die concurreren met de grote verzekeraars die alle soorten risico’s kunnen verzekeren. Dit wordt bevestigd door onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB) naar de toekomst van de Nederlandse verzekeringssector waarin wordt geconcludeerd dat er relatief veel verzekeraars zijn in specifieke deelmarkten of niches.6 Bijna de helft van de verzekeraars is volgens DNB een nichespeler: met hun gezamenlijke premie-omvang vormen zij slechts zeven procent van de Nederlandse verzekeringsmarkt.7 Bovendien zou de provinciale markt een alternatief kunnen zijn voor de coassurantiemarkt voor middelgrote bedrijven en zijn andere internationale coassurantiemarkten, waaronder Lloyds, een alternatief voor de grote ondernemingen.8 Tegenwoordig kiest een aantal (met name buitenlandse en leidende) verzekeraars ervoor een post voor 100% te accepteren.9 Van coassurantie is dan geen sprake meer.
Resultaten van het praktijkonderzoek
Het bovenstaande roept de vraag op hoe geconcentreerd de groep van leidende verzekeraars is. Teneinde daar inzicht in te krijgen, heb ik in het in de inleiding al gememoreerd praktijkonderzoek gevraagd hoeveel verzekeraars in aanmerking komen voor de positie van leidende verzekeraar en of die groep daalt, stijgt of ongeveer gelijk blijft.10 De volgende vragen zijn aan de respondenten (personen werkzaam bij verzekeraars en makelaars) voorgelegd:
Hoeveel verzekeraars (leider en volgers) staan er gemiddeld genomen op een polis?11
Hoeveel verzekeraars komen gemiddeld genomen in aanmerking voor de positie van leider?12
Indien u terugblikt op de afgelopen vijf jaar: daalt de groep leidende verzekeraars, blijft deze groep ongeveer gelijk of wordt de groep groter?13 En kunt u daarvoor een verklaring geven (open vraag).
In onderstaande tabellen (4.2 t/m 4.4) heb ik de antwoorden op de hierboven weergegeven vragen opgenomen.
Tabel 4.2
Vraag:Hoeveelverzekeraars(leiderenvolgers)staanergemiddeldgenomenopeenpolis?
1
2 t/m 5
6 t/m 9
10 of meer
Branche:Brand
(73 respondenten)
4
66
3
0
Branche:Transport
(71 respondenten)
3
64
3
1
Branche:Varia
(68 respondenten)
21
46
1
0
Branche:Technischeverzekeringen
(27 respondenten)
1
26
0
0
Totaal
(242 respondenten)
29 (12%)
205 (84,7%)
7 (2,9%)
1 (0,4%)
Uit de gegeven antwoorden blijkt dat de overgrote meerderheid van de respondenten meent dat gemiddeld genomen twee t/m vijf verzekeraars op een polis staan. Verder blijkt dat zo’n 12% van de respondenten aangeeft dat één verzekeraar voor 100% een polis accepteert.
Tabel 4.3
Vraag:Hoeveelverzekeraarskomengemiddeldgenomeninaanmerkingvoordepositievanleider?
Minder dan 5 verzekeraars
5 – 10 verzekeraars
Meer dan 10 verzekeraars
Branche:Brand
(73 respondenten)
38
35
0
Branche:Transport
(71 respondenten)
50
18
3
Branche:Varia
(68 respondenten)
39
28
1
Branche:Technischeverzekeringen
(27 respondenten)
21
5
1
Totaal
(242 respondenten)
150 (62%)
87 (36%)
5 (2%)
In de lijn van de verwachting lag het antwoord op de tweede vraag hoeveel verzekeraars in aanmerking komen voor de positie van leider. Uit eerder onderzoek bleek namelijk al dat deze groep gemiddeld genomen klein zou zijn.14
De gegeven antwoorden, weergegeven in tabel 4.3, bevestigen dat beeld. Opvallend is dat binnen de branche transport en technische verzekeringen volgens de respondenten beduidend minder verzekeraars in aanmerking komen voor de positie van leider dan bijvoorbeeld het geval is bij de branche brand.
Ik was benieuwd of de groep van verzekeraars die in aanmerking komt voor de positie van leider groter of kleiner wordt of relatief stabiel blijft. Gelet op het feit dat het aantal verzekeraars op de coassurantiemarkt, zoals ik heb weergegeven in tabel 4.1, de afgelopen vijf jaar relatief gelijk is gebleven was een te maken veronderstelling dat de respondenten zouden kiezen voor de opties ‘daalt’ of ‘blijft ongeveer gelijk’. Inderdaad bleek dat de meerderheid van de respondenten (88%) van mening was dat de groep leidende verzekeraars gemiddeld genomen over de afgelopen vijf jaar was gedaald, hetzij ongeveer gelijk was gebleven. Slechts enkele respondenten (vijf procent) meenden dat de groep een stijgende trend liet zien en ongeveer evenveel respondenten (zeven procent) gaven aan hiervan niet op de hoogte te zijn. Het was niet verrassend dat de respondenten, werkzaam binnen de branche technische verzekeringen, als antwoord gaven dat de groep van leidende verzekeraars daalt. Zoals bleek uit tabel 4.3 is de groep van potentiële leidende verzekeraars binnen deze branche klein.
Tabel 4.4
Vraag:Indienuterugbliktopdeafgelopen5jaar:Daaltdegroepleidendeverzekeraars,blijftdezegroepongeveergelijkofwordtdegroepgroter?
Daalt
Blijft ongeveer gelijk
Stijgt
Weet ik niet
Branche:Brand
(73 respondenten)
30
38
1
4
Branche:Transport
(71 respondenten)
37
25
4
5
Branche:Varia
(68 respondenten)
23
31
7
7
Branche:Technischeverzekeringen
(27 respondenten)
22
4
0
1
Totaal
(242 respondenten)
113 (46,7%)
100 (41,3%)
12 (5%)
17 (7%)
Als verklaring voor de terugloop van het aantal (leidende) verzekeraars binnen de branche technische verzekeringen geeft een verzekeraar aan dat er schaarste bestaat op de markt. Ik citeer:
‘Er zijn minder Nederlandse partijen die kunnen leiden. Zurich, XL-Catlin, AIG, Delta Lloyd, Amlin zijn recent uit de technische markt gestapt. Leidend zijn nog Allianz, HDI, Swissre, RSA en dan houdt het wel zo'n beetje op. We zien wel nieuwe spelers toetreden maar met name in volg posities.’
Illustratief voor de verklaring(en) die door respondenten werden gegeven, zijn eveneens de onderstaande toelichtingen van een verzekeraar, respectievelijk een makelaar:
‘Hetaantalverzekeraarsneemtsterkaf,ookhetaantalvandevoorheenvanoudsherleidendeverzekeraarswordtminderdoorfusiesenovernames’
‘Erzijnverzekeraarsdienietmeerbehorentotdegroepleidendeverzekeraars,maardaarentegenzijnernieuwetoetredersindemarktmetvoldoendekennisenkundediederolvanleidendeverzekeraarkunnenovernemen.’
De toelichtingen op de vraag of de groep van verzekeraars gemiddeld genomen over de afgelopen vijf jaar is gedaald, gelijk gebleven of gestegen, laten dus een gemengd beeld zien. Enerzijds is door fusies of uittreding het aantal leidende verzekeraars gedaald. Anderzijds zijn nieuwe (vaak buitenlandse, met en zonder15 vestiging in Nederland) verzekeraars toegetreden tot de coassurantiemarkt die kunnen kiezen voor een positie als leidende of volgverzekeraar.
De hierboven weergegeven resultaten kunnen als volgt worden samengevat. Uit het uitgevoerde praktijkonderzoek blijkt dat gemiddeld genomen zo’n twee tot vijf verzekeraars op een polis staan vermeld. Relatief een kleine groep van verzekeraars komt in aanmerking voor de positie van leider (minder dan vijf verzekeraars, hetzij vijf tot tien verzekeraars) en deze groep van potentiële leiders is de afgelopen vijf jaar gedaald, hetzij ongeveer gelijk gebleven. De verdeling over de verschillende branches laat zien dat vooral bij de branche ‘varia’ het voorkomt dat één verzekeraar het risico voor 100% accepteert. Bij de overige branches is dat minder evident. Vooral binnen de branche ‘technische verzekeringen’ blijkt dat de groep van leidende verzekeraars gemiddeld genomen over de afgelopen vijf jaar is gedaald. Een reden daarvoor kan de uittreding van een aantal grote spelers zijn. De resultaten van het praktijkonderzoek geven slechts een indicatie van het aantal spelers in de markt, en zijn geen maatstaf voor marktmacht van de betrokken partijen.