Regres bij concernfinanciering
Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/6.6.1.1:6.6.1.1 Onrechtmatigheid wegens kneveling van de zekerheidsgever
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/6.6.1.1
6.6.1.1 Onrechtmatigheid wegens kneveling van de zekerheidsgever
Documentgegevens:
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS589750:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Möller 2015, p. 42.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer de zekerhedenovereenkomst, op grond waarvan de dochter zekerheid verleent voor het krediet aan de moeder, tot economische kneveling leidt van de dochter, kan de overeenkomst onrechtmatig zijn in de zin van § 134 BGB. Hiervan is sprake wanneer de dochter na het verlenen van de zekerheid geen economische speelruimte meer heeft. Bijvoorbeeld wanneer de dochter geen onbelast te vergeven zekerheden meer heeft om zekerheid te stellen ten behoeve van haar eigen schuldeiser, of wanneer de waarde van de zekerheden het verleende krediet overstijgt.1
De omstandigheid dat de zekerheidsverlenende dochter haar vrije vermogen in het kader van zekerheid belast, kan echter niet automatisch leiden tot onrechtmatige kneveling. Dikwijls is er bij kneveling sprake van een samenspel van elementen. Wanneer het krediet ook aan de dochter wordt doorgeleid, is haar economische speelruimte niet volledig beperkt. De mate waarin een dochter profiteert van de zekerheidsverlening is daarom een onderscheidenlijk criterium. Wanneer binnen het kader van centrale concernfinanciering zekerheid wordt verleend, wordt aangenomen dat de dochter vroeg of laat ook van het krediet profiteert. Door de vervlechting van het concern heeft de kredietgever een legitiem belang om ook zekerheden te krijgen van de dochter. Dit gegeven kan kneveling weerspreken. Hierbij kan worden afgewogen of de zekerheidsnemer maathoudt in relatie tot het te verzekeren krediet en geen oversecurering eist.