Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.5.3.2.1
3.5.3.2.1 De wetgeving vóór ULPA 1916 en de regels in ULPA 1916
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS447429:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Fisher (1886), p. 859.
Soms werd gesteld dat de bedrijvige limited partner jegens vennootschapscrediteuren wel aansprakelijk werd als een general partner, maar dat dit niet tot gevolg had dat de vennootschap werd geconverteerd in een general partnership; zie Gilmore (1911), p. 631.
Troubat (1853), p. 320, Mechem (1899), p. 205-206, Shumaker (1905), p. 297-298, Rowley (1916), p. 1397, Burdick (1917), p. 411. Zie 3.5.3.1.1 hierboven voor de doorgaans gebezigde wettekst.
Burdick (1917), p. 411.
Bates (1886), p. 143-145, Bishop (2004), p. 680.
Troubat (1853), p. 319-320.
Bates (1886), p. 145, Burdick (1917), p. 411.
Zie 3.5.3.1.1 hierboven voor de tekst van art. 7 ULPA 1916.
Feldman (1976), p. 174-175, Sell (1978), p. 463, Pierce (1979), p. 1316. Feldman meent dat optie (b) gelet op de systematiek van ULPA 1916 de voorkeur verdient; zie Feldman (1976), p. 176. Anders: Banoff (1979), p. 21, die meent dat de bedrijvige limited partner niet aansprakelijk is voor schulden die zijn ontstaan vóór overtreding van het bestuursverbod.
Feldman (1976), p. 177-179.
Onder de vroegste regelgeving op dit terrein werd de limited partnerc die het bestuursverbod overtrad doorgaans als een general partner aangemerkt,1 waarbij de limited partnership veelal2 als een general partnership werd geherkwalificeerd.3 De bedrijvige limited partner werd daarmee, zoals iedere general partner, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de vennootschap. Die aansprakelijkheid was in de tijd onbeperkt: ook voor vennootschapsschulden aangegaan voordat de bedrijvige limited partner het bestuursverbod begon te overtreden werd hij aansprakelijk gehouden.4 Zij gold ook jegens alle vennootschapscrediteuren, ook wanneer deze van de overtreding van het bestuursverbod geen kennis droegen.5 In navolging van de Franse schrijver Delangle meende Troubat dat de bedrijvige limited partner een regresrecht heeft jegens de general partner ten belope van wat hij boven de door hem toegezegde inbreng aan derden heeft betaald.6 Aangenomen werd dat de bedrijvige limited partner de door zijn bestuurlijk handelen ontstane onbeperkte aansprakelijkheid niet meer kon afschudden.7
Art. 7 ULPA 1916 besteedde aan de omvang van de gevolgen van overtreding van het bestuursverbod weinig aandacht. Het bepaalde slechts8 dat de bedrijvige limited partner aansprakelijk was als een general partner. Niet duidelijk is of dit een aansprakelijkheid inhield (a) voor vennootschapsschulden ontstaan vóór, gedurende en na de periode waarin hij in overtreding was, zoals voordien werd aangenomen, (b) slechts voor vennootschapsschulden ontstaan gedurende de periode van overtreding of (c) voor vennootschapsschulden ontstaan gedurende en na de periode van overtreding.9 Daarbij komt dat ULPA 1916 geen bepaling bevatte die het de bedrijvige limited partner mogelijk maakte te voorkomen dat hij aansprakelijk zou worden voor vennootschapsverbintenissen ontstaan nadat hij zijn verboden bestuursbemoeienis had gestaakt. Krachtens art. 10 ULPA 1916 was het hem niet mogelijk ontbinding van de vennootschap te forceren, zodat dit – toch al hoofdzakelijk theoretische – middel om het voortduren van zijn onbeperkte aansprakelijkheid te vermijden hem niet ten dienste stond. Wel kon hij daartoe uit de vennootschap uittreden. In dat geval bleef hij overigens volgens art. 19(7) van de te dezen toepasselijke UPAaansprakelijk voor bestaande vennootschapsschulden.10