Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/2.3.3.1:2.3.3.1 Inleiding
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/2.3.3.1
2.3.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS575231:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het voorgaande is gebleken dat concurrentie geen doel is op zichzelf, maar een goed functionerende gemeenschappelijke markt waarborgt. Dit leidt uiteindelijk weer tot bescherming van de consumentenwelvaart. De artikelen 81 en 82 EG waarborgen een regime waardoor wordt verzekerd dat de mededinging binnen de interne markt niet wordt vervalst zoals is omschreven in artikel 3 lid 1 sub g EG. Dit regime draagt vervolgens bij aan de instelling en functionering van de gemeenschappelijke markt zoals is omschreven in artikel 2 EG.1
Dat concurrentie geen doel op zichzelf is, maar een goed functionerende gemeenschappelijke markt waarborgt, is ook terug te zien in de artikelen 81 en 82 EG. Uit artikel 81 EG volgt dat niet iedere beperking van de concurrentie door ondernemersafspraken is verboden voor het hebben van een goed functionerende markt.2Artikel 81 lid 3 EG geeft namelijk de mogelijkheid een uitzondering te maken op het verbod om mededingingsbeperkende afspraken te maken zoals is bedoeld in het eerste lid van artikel 81 EG.
Artikel 81 EG verbiedt dat ondernemingen zich collectief (door overeenkomsten, besluiten of feitelijke gedragingen) onttrekken aan de concurrentie op de markten waarop zij opereren.3 Uit welke elementen bestaat artikel 81 EG? Artikel 81 EG luidt:
'1. Onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt en verboden zijn alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke de handel tussen lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden en ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt verhinderd, beperkt of vervalst en met name die welke bestaan in:
het rechtstreeks of zijdelings bepalen van de aan- of verkoopprijzen of van andere contractuele voorwaarden;
het beperken of controleren van de productie, de afzet, de technische ontwikkeling of de investeringen;
het verdelen van de markten of van de voorzieningsbronnen;
het ten opzichte van handelspartners toepassen van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging;
het afhankelijk stellen van het sluiten van overeenkomsten van de aanvaarding door de handelspartners van bijkomende prestaties welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten.
De krachtens dit artikel verboden overeenkomsten of besluiten zijn van rechtswege nietig.
De bepalingen van lid 1 van dit artikel kunnen echter buiten toepassing worden verklaard
voor elke overeenkomst of groep van overeenkomsten tussen ondernemingen,
voor elk besluit of groep van besluiten van ondernemersverenigingen, en
voor elke onderling afgestemde feitelijke gedraging of groep van gedragingen die bijdragen tot verbetering van de productie of van de verdeling der producten of tot verbetering van de technische of economische vooruitgang, mits een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt, en zonder nochtans aan de betrokken ondernemingen
beperkingen op te leggen welke voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn,
de mogelijkheid te geven, voor een wezenlijk deel van de betrokken producten de mededinging uit te schakelen.'
Uit de bovenstaande tekst kan worden afgeleid dat bij toepassing van artikel 81 EG de volgende vragen moeten worden beantwoord:
Is er sprake van ondernemingen?
Zo ja, gaat het om een overeenkomst, een onderling afgestemde feitelijke gedraging of een besluit van een ondernemersvereniging?
Zo ja, kan de betreffende overeenkomst, onderling afgestemde feitelijke gedraging of het betreffende besluit van een ondernemersvereniging de handel tussen de lidstaten ongunstig beïnvloeden?
Zo ja, strekt de overeenkomst, onderling afgestemde feitelijke gedraging of het betreffende besluit van een ondernemersvereniging ertoe of heeft de overeenkomst, onderling afgestemde feitelijke gedraging of het betreffende besluit van een ondernemersvereniging ten gevolge dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt verhinderd, beperkt of vervalst?
Luidt het antwoord op een of meer vragen ontkennend, dan is artikel 81 EG niet van toepassing en is er dus geen sprake van een verboden kartelafspraak in de zin van het EG-Verdrag. Dit neemt overigens niet weg dat — ingeval niet aan het criterium is voldaan dat de tussenstaatse handel wordt beïnvloed het Nederlands kartelverbod zoals neergelegd in artikel 6 van de Mededingingswet van toepassing kan zijn.
Ingeval het antwoord op elk van de vier vragen bevestigend luidt, dan komen we toe aan de vragen behorende bij het derde lid van artikel 81 EG. Artikel 81 lid 3 EG geeft de mogelijkheid om een uitzondering te maken op het verbod om mededingingsbeperkende afspraken te maken zoals is omschreven in het eerste lid van artikel 81 EG. Bij toepassing van het derde lid van artikel 81 EG moeten de volgende vragen worden beantwoord:
Draagt de overeenkomst, onderling afgestemde feitelijke gedraging of het besluit van een ondernemersvereniging bij aan de verbetering van de productie of van de verdeling der producten of tot verbetering van de technische of economische vooruitgang?
Zo ja, komt een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede?
Zo ja, worden er aan de betrokken ondernemingen geen beperkingen opgelegd welke voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn?
Zo ja (er worden geen beperkingen opgelegd welke niet onmisbaar zijn), wordt er geen mogelijkheid gegeven, voor een wezenlijk deel van de betrokken producten de mededinging uit te schakelen?
Indien een van de bovenstaande vier vragen behorende bij het derde lid van artikel 81 EG negatief wordt beantwoord, dan is het kartelverbod van artikel 81 lid 1 EG van toepassing. Worden de vier bovenstaande vragen bevestigend beantwoord, dan wordt het kartelverbod zoals neergelegd in het eerste lid van artikel 81 EG buiten toepassing verklaard en is de overeenkomst, onderling afgestemde feitelijke gedraging of het besluit van een ondernemersvereniging toegestaan.