Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/4.4.4
4.4.4 Het toepassingsgebied van art. L. 132-1 C.conso.
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS493645:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Cass. Civ. 1' 15 maart 2005, nr. 02-13285, Bull. civ. 2005 I, nr. 135, p. 116, waarover Raymond 2008b, nr. 415.
Calais-Auloy en Steinmetz 2006, nr. 178.
Resp. TGI Niort 9 januari 2006 en CA Montpellier 26 mei 2009.
Zo ook in Cass. Civ. 1' 14 februari 2008, nr. 06-17657 en CA Montpellier 26 mei 2009.
CA Grenoble 2 oktober 2007: 'Est conforme à l'article L 133-2 (...) et parfaitement accessible à la compréhension du consommateur; alors eigé de 46 ans et occupant des fonctions de cadre commercial en entreprise (...).'
Picod en Davo 2005, nr. 252: oneerlijke bedingen komen verreweg het meest voor in toetredingsovereenkomsten.
Cass. Civ. 1' 1 februari 2005, nr. 03-13779, Bull. civ. 2005 I, nr. 61, p. 53; Lagarde 2006, nr. 10.
CA Aix-en-Pmvence 10 oktober 2002; CA Toulouse 25 september 2007, nr. 06/02410.
TI Saint Etienne 16 februari 1999.
Consument
207. In Frankrijk is art. 2 onder b richtlijn niet omgezet. Niet slechts de consument, maar ook de ruimere categorie niet-professionele partijen kan een beroep doen op de norm uit art. L.132-1. Hieronder vallen ook professionele partijen en zelfs rechtspersonen die buiten hun professionele competentie handelen.1 Het gaat erom of er een rechtstreekse relatie (`rapport direct') bestaat tussen het contract en de bedrijfs- of beroepsactiviteit. In de jurisprudentie is tot op heden echter steeds een 'rapport direct' aangenomen enprofessionele partijen wordt in de praktijk dus de toegang tot de norm ontzegd.2
Bij de toetsing aan het transparantiebeginsel en/of de oneerlijkheidsnorm is de geobjectiveerde maatstaf niet de 'gemiddeld geïnformeerde' consument uit de rechtspraak van het HvJ maar een `lecteur profane' of de `consommateur profane'.3 In de Franse rechtspraak wordt ook in een individuele zaak vaak van een geobjectiveerde consumentmaatstaf uitgegaan.4 Wanneer bij de toetsing aan het transparantiebeginsel en/of de oneerlijkheidsnorm in een individueel geval van de 'concrete' consument wordt uitgegaan is dat vaak in zijn nadeel.5
Onderhandelingscriterium
208. Uit art. L.132-1lid 4 C.conso. volgt dat de Franse regeling geen onderhandelings- of bestemmingscriterium bevat. Noch wordt de toets beperkt tot bedingen die deel uitmaken van een toetredingsovereenkomst. Ook bedingen waarover is onderhandeld vallen op papier onder de toets. In de praktijk wordt de norm meestal op standaardbedingen toegepast6 en vormt de mogelijkheid om over de inhoud van een beding te onderhandelen, een doorslaggevend gezichtspunt bij de toetsing aan de open norm (par. 4.6.4).7
Kernbedingen
209. Art. 4 lid 2 richtlijn — waarin kernbedingen van de inhoudstoets worden uitgesloten — is omgezet in art. L.132-1lid 7 C.conso. Dit artikel is later aangepast om onduidelijke kernbedingen onder het toepassingsbereik van de toets te plaatsen. De vraag of een kernbeding onduidelijk is, is in de praktijk tot nu toe steeds ontkennend beantwoord.8 Al met al is er in de rechtspraak en literatuur weinig aandacht voor het begrip kernbeding zelf en zijn strikte dan wel ruime uitleg. Opvallend is de grote hoeveelheid uitspraken met betrekking tot dekkingsclausules.
Deze worden niet snel als kernbeding aangemerkt, wat duidt op een enge uitleg van dit begrip.9 Kernbedingen spelen bovendien een belangrijke rol bij de beoordeling van de eerlijkheid van andere bedingen (par. 4.5.3). De relatief grote aandacht binnen de oneerlijkheidstoetsing voor de gelijkwaardigheid van contractuele posities wijst ook op een enge uitleg van art. 4 lid 2.