Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/6.5:6.5 Samenvatting
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/6.5
6.5 Samenvatting
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS619762:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is onderzocht welke consequenties de eigendomsregeling heeft op het goederenrecht, althans wat de praktische gevolgen zijn nu netten de status van onroerende zaken hebben. Bij overdracht van netten moet thans bijvoorbeeld voldaan worden aan andere leveringshandelingen dan voorheen het geval was en zal in veel gevallen naast het net ook de basis waarop de verkoper het net heeft aangelegd mee overgedragen worden. Tevens is weergegeven dat een ongeldige overdracht in het verleden (bijvoorbeeld omdat niet conform artikel 3:89 BW is geleverd) mogelijkerwijs door verjaring kan worden geheeld, indien de rechtsopvolger kan aantonen dat hij te goeder trouw was en dat aan hem (zelfstandige) opstalrechten zijn overgedragen waardoor hij eigenaar is van het zelfstandige onroerende net. Voor telecomnetten ligt dit anders, aangezien deze netten — ook voor de nieuwe eigendomsregeling — verzelfstandigd waren ten opzichte van de grond waarin ze gelegen waren (artikel 5.6 Tw, oud). Het vestigen van beperkte rechten op netten is zonder meer mogelijk, behalve dan dat het net, conform artikel 5:106 BW niet in appartementsrechten kan worden gesplitst. Indien dit maatschappelijk noodzakelijk wordt geacht, kan de wet hierop echter worden aangepast, wat ook voor grond is gebeurd. Netten en dan voornamelijk mantelbuizen zouden theoretisch gezien goed in appartementsrechten opgesplitst kunnen worden. De onroerende status van netten heeft er ook toe geleid dat op een net geen pand-, maar hypotheekrechten als zekerheid gevestigd moeten worden. Dit kan gepaard gaan met de benodigde bedingen (verhuur- of beheersbeding). Mogelijk is ook dat een net tot mandelige zaak (artikel 5:60 BW) wordt bestemd waarbij het net bijvoorbeeld meerdere grondeigenaren (percelen) dient. Ten aanzien van huur en verhuur van netten, evenals lease of huurkoop, kan geconcludeerd worden dat deze rechtsfiguren zonder meer toegepast kunnen worden op netten, waarbij opgemerkt wordt dat de Tijdelijke wet huurkoop onroerende zaken een zwaarder regime voor de neteigenaar introduceert. Daarnaast wordt gewezen op de in par. 6.1.4.2 genoemde mogelijke gevolgen van verhuur van mantelbuizen.
Verwant aan de juridische, is de economische eigendom van netten. In de Elektriciteitswet 1998 en Gaswet zijn defmities opgenomen betreffende de economische eigendom. Dit is niet om fiscale redenen gedaan, maar om het beheer van elektriciteits- en gasnetten in versterkte mate onder onafhankelijk bestuur en toezicht te brengen, waarbij voor economische in plaats van juridische eigendom is gekozen omdat niet duidelijk was of alle netten wel juridische geleverd zouden kunnen worden. De economische `eigendomsoverdracht' is geregeld in de Won die in beperkte mate ook van invloed is op de juridische eigendom van elektriciteits- en gasnetten. De juridische eigenaar is in zijn beschikkingsbevoegdheid beperkt omdat het net niet buiten de kring van de overheid kan worden verkocht. Tevens dient de juridische eigenaar vooraf toestemming aan de minister te vragen voor verkoop van het net. Ten aanzien van de gevolgen van de onroerende status op de fiscale wetgeving kan geconcludeerd worden dat deze — behoudens de mogelijke btw-heffing — er nauwelijks zijn. Zowel de overdrachtsbelasting, de onroerende zaakbelasting en (mogelijk) de precariorechten worden niet geheven omdat dit niet beoogd zou zijn. Gelet op de aanleiding van de kabelarresten, is dit niet bijzonder fraai te noemen. Daarnaast heeft de nieuwe eigendomsregeling niet direct gevolgen voor de aansprakelijkheid bij leidingschade. Er is weliswaar een verschil bij bepaling van de omvang van een net bij vaststelling van de eigendom en bij het vaststellen van de aansprakelijkheid voor het net, maar de wetgever heeft expliciet aangegeven deze verschillende regimes te zullen accepteren. Tot slot is weergegeven dat de eigendomsregeling enkel de eigendom van netten regelt, maar niet ziet op de rechten of plichten die neteigenaar en grondeigenaar tegenover elkaar hebben. Hoewel een gedeelte van titel 5.4 BW van toepassing zal zijn op die verhouding, is aanvulling van het burenrecht noodzakelijk (zie de bijlage). Gelet op de algemene eigendomsregeling van netten in het BW, zou het voor de hand liggen om naast de eigendom ook een algemene privaatrechtelijke regeling op te nemen als het gaat om aanleg, onderhoud en verwijdering van netten.