Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.7.1.2
17.7.1.2 Wilsautonomie
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS366097:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover par. 13.3.4.
Dit blijkt onder meer uit HR 12 augustus 2005, NJ 2006, 230 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2005/257 (Groenemeijer/Payroll). Zie ook nr. 12 van de noot van Spanjaard in Ondernemingsrecht (2005/184) voor verdere vindplaatsen. Zie ook par. 4.4.5.
Zie par. 17.3.2.
Zie par. 17.6.3.4.
Primair en secundair gevolg.
Tertiaire gevolgen.
Ook die belangen moeten in de proportionaliteitstoets worden meegewogen. Zie par. 9.2.
Of de getroffen aandeelhouder daadwerkelijk is gedupeerd, kan soms worden betwijfeld. Denkbaar is dat de wijze waarop de tijdelijke beheerder het stemrecht heeft uitgebracht weliswaar leidde tot een achteruitgang van de positie van de (getroffen) aandeelhouder, maar dat de getroffen aandeelhouder niet wil inzien dat het alternatief een faillissement van de vennootschap zou zijn geweest. Denk bijvoorbeeld aan een noodzaakfinancieringscasus waarbij sprake is van een verwatering.
Zie par. 9.2.2.1.
Zie daarover par. 16.5.3.4.
Zie par. 15.2.2.
Zie par. 17.7.2.
Veel van de (wets)bepalingen die zien op de aan aandelen verbonden rechten en bevoegdheden geven uitdrukking aan het beginsel van de wilsautonomie. De aandeelhouder mag in beginsel zelf bepalen of hij zijn aandelen overdraagt en mag zelf bepalen hoe hij de aan de aandelen verbonden wilsrechten uitoefent, zoals het stemrecht, instemmingsrechten,1 het voorkeursrecht en het recht om aandelen te nemen in het kader van een blokkeringsregeling. Al die wilsrechten worden doorbroken door tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer. Na de overdracht bepaalt de tijdelijke beheerder op welke wijze deze wilsrechten worden uitgeoefend.
Het beginsel van de wilsautonomie weegt zwaar, maar is niet absoluut,2 zo blijkt reeds uit het bestaan van deze (onmiddellijke) voorziening. De aantasting van de wilsautonomie wordt voorts gemitigeerd door het beheer, zij het niet volledig. Ten eerste geldt dat de tijdelijke beheerder bij de uitoefening van deze wilsrechten mede het oog moet houden op de belangen van de oorspronkelijke aandeelhouder, zij het dat het belang van de vennootschap zwaarder kan wegen.3 Ten tweede dient de tijdelijke beheerder in beginsel met terughoudendheid gebruik te maken van de aan de aandelen verbonden bevoegdheden, zij het dat onder omstandigheden diepingrijpende en onomkeerbare (tertiaire) gevolgen geoorloofd zijn.4
Het verlies aan wilsautonomie5 is afhankelijk van de uitoefening van de desbetreffende wilsrechten.6 Dat bepaalt in hoeverre de persoonlijke belangen7 van de oorspronkelijke aandeelhouder worden geraakt. In voorkomende gevallen zal de tijdelijke beheerder alleen maar “op de winkel” passen en niet of nauwelijks gebruik maken van de wilsrechten, of louter op een manier waarmee de oorspronkelijke aandeelhouder zich kan verenigen. In andere gevallen zal de tijdelijke beheerder op diepingrijpende wijze gebruik maken van deze wilsrechten en wel op een manier die de oorspronkelijke aandeelhouder niet meer terug kan draaien nadat de desbetreffende (onmiddellijke) voorziening is geëindigd, terwijl de oorspronkelijke aandeelhouder zich daardoor ernstig gedupeerd voelt.8
Dat betekent dat de proportionaliteit van de (onmiddellijke) voorziening tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer sterk afhankelijk is van de tertiaire gevolgen. Die zijn soms wel, maar veelal ook niet voorzienbaar op het moment dat de desbetreffende (onmiddellijke) voorziening wordt getroffen.9 Dat maakt het lastig om de proportionaliteit van tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer vooraf te beoordelen.
Een manier om dat probleem het hoofd te bieden, is het restrictief interpreteren van de beheeropdracht: diepingrijpend gebruik van wilsrechten valt daar in beginsel buiten. Ziet de tijdelijke beheerder daartoe toch aanleiding, dan zou de ondernemingskamer verzocht moeten worden om een uitbreiding van de beheeropdracht. Op die manier wordt voorkomen dat de desbetreffende (onmiddellijke) voorzieningen verdergaande gevolgen heeft, dan werd voorzien bij het treffen van de desbetreffende (onmiddellijke) voorziening.
Ik ben daar geen voorstander van. Een dergelijke interpretatie van de beheer-opdracht leidt ertoe dat belangrijke besluiten in de praktijk steeds worden opgehouden. Tijdelijke beheerders zullen geneigd zijn om veiligheidshalve door middel van een uitbreiding van hun bevoegdheid de door hen voorgenomen besluiten te laten afzegenen door de ondernemingskamer. Dat is geen deugdelijke vorm van besluitvorming.10 Voorts druist een dergelijke manier van besluit-vorming in tegen de wens van de wetgever dat de ondernemingskamer niet op de stoel van de ondernemer plaatsneemt.11
De bescherming tegen onvoorziene tertiaire gevolgen van tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer zal moeten komen van een verzoek tot wijziging van de (onmiddellijke) voorziening.12