Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/11.5.1:11.5.1 Toetsing ex nunc of ex tunc
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/11.5.1
11.5.1 Toetsing ex nunc of ex tunc
Documentgegevens:
Björn Schouten, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Björn Schouten
- JCDI
JCDI:ADS982328:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In een procedure op grond van art. 7:682 BW wordt de rechter – afhankelijk van de aan hem voorgelegde verzoeken van partijen – geconfronteerd met een scala aan mogelijke rechtsvragen die hij zal moeten beantwoorden. Deze vragen kunnen verband houden met (1) de beoordeling van de rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst; (2) de verschuldigdheid en de omvang van een bepaald type ontslagvergoeding; alsmede (3) de noodzaak en de inhoud van een door de rechter te treffen voorziening. De vraag die bij deze beoordeling rijst is of de rechter de feiten en omstandigheden ex nunc of ex tunc ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.