Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/5.4.1:5.4.1 Bloedverwantschap
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/5.4.1
5.4.1 Bloedverwantschap
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS611446:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Bijzondere onderwerpen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van art. 1:197 BW staan een kind, zijn ouders en hun bloedverwanten in een familierechtelijke betrekking tot elkaar. De aanwezigheid van familierechtelijke betrekkingen is onder meer van belang voor de onderhoudsverplichting van kinderen, het erfrecht en de geslachtsnaam. Asser/De Boer (2002) spreekt van ‘afstamming’, waarmee hij de door geboorte ontstane familierechtelijke betrekking tussen een ouder en een kind bedoelt.
Kinderen die binnen een huwelijk worden geboren, staan in een familierechtelijke betrekking tot zowel de moeder als de vader. In art. 1:200 BW zijn regels opgenomen voor de ontkenning van het vaderschap dat door het huwelijk is ontstaan. Ontkenning is mogelijk door de moeder, de vader en door het kind zelf.
Uit art. 1:198 BW volgt dat de familierechtelijke betrekking tussen een kind en de moeder onafhankelijk is van het huwelijk: ook de moeder en haar buitenechtelijk kind staan dus in een familierechtelijke betrekking tot elkaar. Tussen de vader en een buiten het huwelijk geboren kind ontstaat deze betrekking pas na erkenning, of na gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, zo volgt uit art. 1:199 BW. Op basis van deze bepaling is er bijvoorbeeld ook niet zonder meer sprake van een familierechtelijke betrekking tussen de vader en een kind dat binnen een geregistreerd partnerschap wordt geboren. Ook dan is de mannelijke geregistreerde partner pas als ‘vader’ aan te merken na de erkenning, gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, of adoptie.
Door de Emancipatieraad is in dit verband onderscheid gemaakt tussen ‘biologisch’ en ‘juridisch’ ouderschap.1 Met biologisch ouderschap wordt de feitelijke, natuurlijke relatie tussen een kind en zijn ouders bedoeld. Juridisch ouderschap wordt aangeduid met de hiervoor genoemde term ‘familierechtelijke betrekking’. Het uitgangspunt van het afstammingsrecht is dat het zoveel mogelijk aansluit bij de natuurlijke, biologische afstamming. Vaak zal biologisch ouderschap dan ook samenvallen met juridisch ouderschap. Er kunnen echter verschillen zijn als gevolg van adoptie, erkenning van een kind, of een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. In deze gevallen is de familierechtelijke betrekking gefingeerd door het recht.
Naast het biologisch en juridisch ouderschap noemt de Emancipatieraad nog het ‘sociaal ouderschap’. Hiermee doelt hij op de positie van volwassenen die zorgdragen voor de opvoeding en verzorging van kinderen, terwijl zij niet de biologische ouders zijn. De opvatting dat een volwaardig ouderschap niet op de eerste plaats wordt bepaald door het huwelijk en de aanwezigheid van een ‘bloedband’, maar door de feitelijke gezinssituatie die is gebaseerd op dagelijkse zorg, opvoeding en een onderlinge affectieve relatie, wint steeds meer terrein.2 In dit verband kan een man die niet de biologische vader is van een kind, wel de sociale vader zijn. Door erkenning of adoptie kan deze man ook de juridische vader worden. Indien het kind binnen een huwelijk wordt geboren, wordt de man zelfs automatisch de juridische vader. De Emancipatieraad wijst erop dat de positie van sociale moeders niet gelijkwaardig is aan die van sociale vaders, omdat vrouwen hiervoor alleen de mogelijkheid van adoptie hebben, en niet de mogelijkheid van erkenning. De raad heeft daarom voorgesteld om de mogelijkheid van erkenning af te schaffen, en dit te vervangen door een recht van aanvaarding van het ouderschap voor zowel mannen als vrouwen. Inmiddels lijkt de ongelijkwaardigheid overigens minder groot, nu in art. 1:227 BW voor de adoptie niet langer is vereist dat de adoptiefouders moeten zijn gehuwd, en personen van hetzelfde geslacht ook een kind kunnen adopteren. Voorts is éénouderadoptie inmiddels mogelijk.
In verband met het onderscheid tussen biologisch en juridisch bloedverwantschap beschrijven van Mourik en Nuytinck (2006) dat een draagmoeder op basis van art. 1:198 BW als juridische moeder wordt aangemerkt. Dat geldt ook indien het genetisch materiaal waaruit het kind is ontstaan, niet afkomstig is van de draagmoeder, maar van de wensmoeder. Van Mourik en Nuytink beschrijven dat de praktijk is dat de draagmoeder na de geboorte van het kind op basis van art. 1:266 BW wordt ontheven van het gezag over het kind, op de – oneigenlijke – grond dat zij ongeschikt of onmachtig is haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen. De wensouders worden dan met het gezag over het kind belast, en starten vervolgens een adoptie-procedure om ook de juridische ouders van het kind te worden.
Ten aanzien van adoptie kan onderscheid worden gemaakt tussen ‘sterke adoptie’ en ‘zwakke adoptie’. Bij sterke adoptie komen de geadopteerde, de adoptiefouder of adoptiefouders en zijn of hun bloedverwanten in een familierechtelijke betrekking tot elkaar te staan, en houdt de familierechtelijke betrekking tussen de geadopteerde, zijn oorspronkelijke ouders en hun bloedverwanten op te bestaan. Bij zwakke adoptie worden de juridische banden met de oorspronkelijke familie niet of niet geheel verbroken. In het Nederlandse familierecht wordt ‘sterke adoptie’ als uitgangspunt genomen, zo blijkt uit art. 1:229 BW.
Ook een stiefkind kan worden geadopteerd, zo blijkt uit art. 1:227 lid 2 BW. Hierdoor wordt de stiefouder ook de juridische ouder.