Conversie en aandelen
Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/17.1.5:17.1.5 De aard van obligaties
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/17.1.5
17.1.5 De aard van obligaties
Documentgegevens:
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS367018:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Obligaties zijn bewijsstukken van de coupures waarin een NV of BV een lening heeft opgenomen. Ingevolge artikel 2:375 lid 1 BW dienen onder de schulden op de balans afzonderlijk te worden opgenomen ‘obligatieleningen, pandbrieven en andere leningen met afzonderlijke vermelding van de converteerbare leningen’. Obligaties worden ook wel bonds genoemd. Zij kunnen op naam staan of aan toonder luiden en ze kunnen aan de beurs verhandeld worden voor zover aan de daartoe gestelde voorwaarden is voldaan. De obligatiehouder is een crediteur van de vennootschap die debiteur is van de obligatiehouder. Een obligatielening draagt in het algemeen een vaste rente, die in beginsel losstaat van de gemaakte winst, en is op een bepaald tijdstip of binnen een bepaalde periode, al dan niet door loting, aflosbaar. De obligatielening maakt in beginsel deel uit van het vreemd vermogen van de vennootschap.1 Een obligatie is een schuldbrief in de zin van artikel 2:102 lid 2 BW. Obligaties komen in verschillende gedaanten voor. Behalve gewone obligaties kunnen er ook winstdelende obligaties worden uitgegeven. Ook al krijgt een dergelijke obligatiehouder een aandeel in de winst, hij blijft crediteur van de vennootschap. Ook komen achtergestelde obligaties voor. Dat zijn obligaties waarbij de houders daarvan bij een faillissement van de vennootschap pas na haar concurrente crediteren aan bod komen en waarbij de achterstelling een einde neemt op het moment dat de lening afgelost moet worden. Converteerbare obligaties zijn obligaties die tegen een van tevoren vastgestelde prijs, al dan niet voorwaardelijk, te zijner tijd in aandelen omgewisseld kunnen worden.2 Converteerbare obligaties hebben twee hoofdaspecten: enerzijds bestaan zij uit een leningdeel en anderzijds behelzen zij een, meestal voorwaardelijk, recht tot hen nemen van aandelen.
Een converteerbare obligatie is een financieringsinstrument dat een brug kan vormen tussen risicomijdend vermogen en risicodragend vermogen. Door de conversie wordt vreemd vermogen, obligaties, omgezet in eigen vermogen, ‘aandelen’. Een motief voor de uitgifte van een converteerbare obligatielening kan zijn dat de winst per aandeel in de eerste jaren na uitgifte niet verwatert. Bovendien is de rente op de obligatie in veel gevallen lager en hoeft de lening niet te worden terugbetaald aangezien die uiteindelijk wordt omgezet in eigen vermogen. De vennootschap trekt daarmee dus vreemd vermogen aan tegen relatief gunstige voorwaarden. Daarbij levert een converteerbare obligatielening meestal een fiscaal voordeel op door de fiscaal aftrekbare rente. Over converteerbare obligaties is het nodige geschreven.3 Bijzondere vermelding verdient het proefschrift van Prinsen.4 Het voert te ver om de vele verschijningsvormen van converteerbare obligaties en hun bijzonderheden uitgebreid te behandelen. Wel wil ik hierna kort ingaan op de wijze waarop Prinsen het conversiebeding ziet. Het conversiebeding bepaalt door welke gebeurtenis en onder welke omstandigheden conversie in werking treedt. Dat kan zijn door uitoefening van een wilsrecht, de vervulling van een voorwaarde, de vervulling van een tijdsbepaling of een combinatie daarvan. De inwerkingtreding van de conversie betekent niet dat zij is voltooid. Dat is pas het geval indien de voormalige obligatiehouder conversieaandelen dan wel certificaten daarvan heeft verkregen.