Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/2.2.2.2:2.2.2.2 Deelgebieden van het bewijsrecht
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/2.2.2.2
2.2.2.2 Deelgebieden van het bewijsrecht
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940428:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor dit onderzoek heb ik een thematische aanpak gekozen. Deze aanpak komt erop neer, dat ik het bewijsrecht opknip in een aantal verschillende deelgebieden. De deelgebieden van het bewijsrecht die ik onderscheid, zijn:
Bewijsobject (WAT moet bewezen worden?);
Bewijslastverdeling (WIE moet bewijzen?);
Bewijsmiddelen (WAARMEE moet bewezen worden?);
Bewijsgaring (HOE moeten bewijsmiddelen worden verzameld?);
Bewijsvoering (HOE en WANNEER moet bewezen worden?);
Bewijsgradatie (HOE OVERTUIGEND moet bewezen worden?);
Keuze, weging en waardering van bewijsmiddelen (WELKE bewijsmiddelen wegen het zwaarst en WIE bepaalt dat?).
Naast deze inhoudelijke, materieelrechtelijke vragen bestaan er ook formele, procesrechtelijke regels van bewijsrecht. Ook aan die categorie besteed ik afzonderlijk aandacht (WELKE procesrechtelijke regels van bewijsrecht bestaan er?).
Een dergelijke, systematische indeling in deelgebieden ontbreekt in de meeste bestaande literatuur. Doorgaans ligt de nadruk op de bewijslastverdeling en worden de andere thema’s min of meer fragmentarisch en zelden integraal behandeld.1
Wat betreft het bewijsobject (WAT moet bewezen worden?) merk ik nog het volgende op. Dit onderzoek gaat over het bewijsrecht, dus over de rechtsregels die gelden voor het bewijs in fiscale bestuurlijke boetezaken. Het spreekt voor zich dat het bij de toepassing van die rechtsregels uiteindelijk draait om het bewijsobject (datgene wat bewezen moet worden). Dat bewijsobject is als zodanig echter niet waar het onderzoek zich op richt. Concreet bedoel ik te zeggen dat dit onderzoek niet gaat over de vraag wanneer er precies sprake is van opzet of grove schuld, van medeplegerschap, of van een pleitbaar standpunt. Dergelijke begrippen en leerstukken komen vanuit bewijsrechtelijk perspectief wel aan de orde, maar zijn niet het voorwerp van dit onderzoek.2