Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/6.6.6.1
6.6.6.1 Redelijke termijnen
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480827:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Commissie Veerman 2009, p. 28.
‘Onderzoek Rijkswaterstaat naar de implementatie van de gemeente Amsterdam van de aanbevelingen van de Commissie Veerman’ 2010; Interviews betrokkenen 2019.
Gemeenteblad 2000, afd. 3, nr. 386.
Gemeenteblad 2000, afd. 3, nr. 386.
Gemeenteblad 2000, afd. 3, nr. 392; Gemeenteblad 2000, afd. 1, nr. 393.
Gemeenteblad 2000, afd. 3, nr. 392.
Wendel, ANP 25 januari 2005; Couzy, Het Parool 11 februari 2005; Couzy, Het Parool 12 februari 2005; Rekenkamer Amsterdam 2006.
Rekenkamer Amsterdam 2006, p. 8.
Gemeenteblad 2006, afd. 1, nr. 438.
Stichting Gijzelgracht 2009, p. 9, 14.
Rekenkamer Amsterdam 2006, p. 8.
Commissie Veerman 2009, p. 26; Stichting Gijzelgracht 2009, p. 11-12; Gemeentelijke Ombudsman 3 december 2009, p. 2.
Mede naar aanleiding van moties: Gemeenteblad 2010, afd. 1, nr. 149; Gemeenteblad 2010, afd. 1, nr. 150.
Gemeenteblad 2011, afd. 1, nr. 577.
Gemeenteblad 2004, afd. 3A, nr. 252/628.
Gemeenteblad 2010, afd. 3A, nr. 128/294.
Detmar & Sheerazi 2009, p. 3.
Interviews betrokkenen 2019.
Rond de termijnen zien we een diffuus beeld in de verschillende onderdelen van het schadebeleid. De kentering in het project in 2009 betekende voor de afhandeling van bouwschade, nadeelcompensatie en zelfs de leefbaarheidsmaatregelen dat spoediger werd uitgekeerd en uitgevoerd.
Een van de aanbevelingen van de Commissie Veerman in 2009 was gericht op doorlooptijden: ‘[v]ersnel de procedures van schadeopneming, schadeherstel en schadevergoeding’.1 Kleine claims zouden zo veel mogelijk informeel moeten worden afgehandeld, waardoor ook kon worden bespaard op deskundigen en procedures. Hiernaast raadde de commissie betere bevoorschotting aan en kwam zij met het idee van een ‘vliegende brigade’ voor de afhandeling van bouwschade. Medio 2010 waren deze aanbevelingen opgevolgd waardoor de snelheid van de bouwschadeafhandeling was verbeterd.2
De casco-/funderingsregeling werd ingevoerd om een voortvarende projectuitvoering te bewerkstelligen.3 De regeling kende relatief simpele termijnen: de eerste helft van de bijdrage werd betaald binnen een maand nadat de offertes door de gemeente waren geaccordeerd, en de tweede helft werd overgemaakt binnen een maand nadat de facturen door de gemeente waren geaccordeerd.4
Rond de nadeelcompensatie bleek het lastig om redelijke termijnen te hanteren. De gemeente had ingezet op een snelle schadeafhandeling5 met termijnen waardoor de procedure hooguit een jaar zou duren.6 Deze termijnen werden echter niet gehaald. 7 De regeling werd dermate zorgvuldig ingevuld en uitgevoerd door de Schadecommissie dat een procedure twee tot drie jaar duurde.8 Hoewel de gemeente probeerde de uitvoering te versnellen via mandaatverlening aan de directeur van het Schadebureau voor kleinere claims (onder de € 5.000)9 en via voorschotverlening, bood dit weinig soelaas: ondernemers bleven onzeker over de uiteindelijke afrekening10 en de verlening van voorschotten resulteerde in verminderde (advies-)capaciteit waardoor definitieve besluiten (nog) later kwamen.11 Toen circa 2009 meermaals bleek dat de termijnoverschrijdingen van de Schadecommissie voor ontevredenheid en inefficiëntie bleven zorgen,12 wijzigde de gemeenteraad de verordening.13 Het Schadebureau kon besluiten op een aanvraag zonder inschakeling van de Schadecommissie, als de verzoeker hiermee akkoord ging.14 Voortvarendheid moest derhalve worden afgewogen tegen zorgvuldigheid. De gemeente besloot – na externe druk – dat de zorgvuldige afhandeling van claims niet in lijn was met het doel van de nadeelcompensatieverordening, namelijk het tijdig compenseren van schadelijdende ondernemers.
Bij de uitkering van financiële tegemoetkomingen voor omwonenden had de gemeenteraad juist gekozen voor een versimpelde procedure omdat zij het ‘te omslachtig en te tijdrovend’15 achtte als omwonenden hun schadevergoeding via de bestaande schaderegeling (als nadeelcompensatie) moesten claimen. Ook hier werd de uitbetaling via termijnen na verloop van tijd coulanter: tot en met 2009 vond uitbetaling achteraf plaats; in de regeling van 2010 besloot men om deze tegemoetkoming eenmaal per zes maanden te verstrekken.16 De praktische leefbaarheidsmaatregelen werden zo snel mogelijk uitgevoerd en na de herbezinning van het project kregen omgevingsmanagers via mandaat de bevoegdheid om bij problemen onder € 500 zelf te handelen, voor problemen tussen € 500 en € 1.000 overleg te voeren met hun leidinggevende, en alleen voor het verhelpen van problemen die meer dan € 1.000 kosten een uitgebreidere procedure te volgen. Deze werkwijze was ingesteld ten behoeve van de ‘responssnelheid’17 en was volgens betrokkenen effectief en doelmatig.18