Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/10.3.6.1:10.3.6.1 Inleiding
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/10.3.6.1
10.3.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197294:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Onderdeel 11 van de conclusie van A-G Wattel voor BNB 2016/163.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat uit de hiervoor besproken rechtspraak naar voren komt is dat het bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van de werking in de tijd van belastingwetgeving vooral gaat om de vraag of gerechtvaardigde verwachtingen worden geschonden en zo ja, of daar (zeer) goede redenen voor bestaan. In de meeste gevallen waarin het EHRM terugwerkende kracht niet in strijd met artikel 1 Eerste Protocol achtte, oordeelde hij dat de belastingplichtigen er rekening mee hadden kunnen of moeten houden dat de wetgever met terugwerkende kracht zou ingrijpen. Een uitzondering is de in de vorige paragraaf besproken zaak over de crisisheffing, waar de getroffen werkgevers part nog deel hadden aan de oorzaak van het probleem dat werd bestreden met de terugwerkende kracht. Voor de Hoge Raad was dit aanleiding om te oordelen dat specifieke en zwaarwegende redenen nodig waren om de terugwerkende kracht te rechtvaardigen. De belangenafweging viel vervolgens (nog net) in het voordeel van de wetgever uit. De kern van het probleem was dat de crisisheffing terugwerkte tot vr het moment van de publieke aankondiging, waardoor loon in de heffingsgrondslag werd begrepen dat was betaald op een moment waarop de werkgevers nog niet konden voorzien dat zij een crisisheffing verschuldigd zouden worden. Voor A-G Wattel was dat aanleiding om te concluderen dat de crisisheffing die werd geheven over loon dat was betaald vr het moment van publieke aankondiging in strijd was met artikel 1 Eerste Protocol.1 Dit illustreert het belang dat een wetswijziging met terugwerkende kracht tijdig wordt aangekondigd. Daarmee zijn we aangekomen bij wat wel het ‘wetgeven bij persbericht’ wordt genoemd. In par. 10.3.6.2 ga ik in op de rechtspraak van het EHRM en de Hoge Raad over deze wetgevingstechniek. In par. 10.3.6.2 ga ik tot slot in op een bijzonder Nederlands geval van “wetgeven bij persbericht”: de spoedreparatiemaatregelen die het kabinet met terugwerkende kracht heeft genomen om de onverenigbaarheid van bepaalde aspecten van het regime van de fiscale eenheid met het EU-recht op te heffen.