Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/5.3.3:5.3.3 Andere samenlevingsvormen
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/5.3.3
5.3.3 Andere samenlevingsvormen
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS609018:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Bijzondere onderwerpen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Circulaire van de Minister-President van 18 november 1992, Stcrt. 1992, 230, laatstelijk gewijzigd bij regeling van 27 april 2005, nr. 05M474365, Stcrt. 2005, 87.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Samenlevingsvormen anders dan het huwelijk en het geregistreerd partnerschap zijn niet wettelijk erkend. Tussen ongehuwde, niet-geregistreerde partners kunnen uiteraard wel vermogensrechtelijke verhoudingen bestaan, bijvoorbeeld in de vorm van een financiële bijdrage in de kosten van het levensonderhoud, de verdeling van de kosten van de huishouding, het gebruik van elkaars bankrekeningen, de verdeling van de bezittingen bij beëindiging van de relatie en afspraken over alles wat met de woning te maken heeft. Deze verhoudingen kunnen worden geregeld in een samenlevingscontract.
Ten aanzien van de privaatrechtelijke behandeling van andere samenlevingsvormen kan nog worden gewezen op de zogenoemde ‘Aanwijzingen voor de regelgeving’.1 Hierin zijn aanwijzingen opgenomen met betrekking tot onder meer regelingen die onder ministeriële verantwoordelijkheid tot stand komen. De circulaire bevat een aantal modelbepalingen met betrekking tot andere samenlevingsvormen.
In Aanwijzing 72a lid 1 is in dit verband de term ‘levensgezel’ gereserveerd voor die gevallen, waarin rechten of verplichtingen van niet-financiële aard voortvloeien voor twee niet-gehuwde meerderjarigen die met elkaar een nauwe persoonlijke betrekking onderhouden:
‘Indien uit een regeling rechten of verplichtingen van niet-financiële aard voortvloeien voor twee meerderjarigen die, anders dan als elkaars echtgenoot of geregistreerde partner, met elkaar een nauwe persoonlijke betrekking onderhouden, worden zij aangeduid als: levensgezel’
Op een aantal plaatsen in Boek 1 BW komt ook de term ‘levensgezel’ voor, bijvoorbeeld in art. 1:379 BW, bij de aanduiding van de personen die kunnen verzoeken om een curatele van een meerderjarige. In vergelijkbare zin kan een ‘levensgezel’, evenals een echtgenoot of geregistreerde partner, verzoeken om onderbewindstelling van een persoon, zo blijkt uit art. 1:432 lid 1BW.
Op basis van Aanwijzing 72a lid 2 is sprake van een ‘ongehuwd samenlevende’ indien de personen bovendien een gezamenlijke huishouding voeren:
‘Indien uit een regeling rechten of verplichtingen van financiële aard voortvloeien voor twee meerderjarigen die, anders dan als elkaars echtgenoot of geregistreerde partner, een gezamenlijke huishouding voeren, worden zij aangeduid als: ongehuwd samenlevende’
De ‘ongehuwd samenlevende’ wordt op basis van Aanwijzing 72a lid 3 onder 1° omschreven als:
‘de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert (met uitzondering van bloedverwanten in de eerste graad)’
Hierbij moet onder ‘ongehuwd’ ook worden verstaan: zonder geregistreerd partner. In Aanwijzing 72a lid 3 onder 3° is met de term ‘gezamenlijke huishouding’ bedoeld:
‘... de situatie waarin de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, en
A zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins;
B zij met elkaar gehuwd zijn geweest;
C zij elkaars geregistreerde partner zijn geweest;
D zij eerder met elkaar ongehuwd samenlevend zijn geweest, of
E de man het kind van de vrouw heeft erkend.’
De begrippen ‘ongehuwd samenlevende’ en ‘gezamenlijke huishouding’ komen als zodanig niet voor in Boek 1 BW. In art. 1:160 BW wordt wel gedoeld op een situatie van ongehuwd samenleven. Op basis van deze bepaling eindigt de alimentatieverplichting van de ene echtgenoot, zodra de andere echtgenoot opnieuw in het huwelijk treedt, een geregistreerd partnerschap aangaat, of is gaan ‘samenleven met een ander als waren zij gehuwd of als hadden zij hun partnerschap laten registreren’. In vergelijkbare zin is in art. 1:227 lid 2 BW bepaald dat een ‘levensgezel’ ten minste drie jaar moet hebben samengeleefd met de ouder van het kind dat hij wenst te adopteren.