Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.3.4.3
9.3.4.3 De 403-verklaring als bindende toezegging
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS649010:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een zeer uitgebreide studie naar dit onderwerp: Spierings 2017 en Spierings 2016, par. 2.5.5. Zie ook Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 1433 (MvA I Inv).
Spierings 2016, par. 2.5.5 onder verwijzing naar Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 1434 (MvA I Inv); Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 1435 (MvA I Inv); HR 13 februari 1981, NJ 1981/456; HR 17 januari 1985, NJ 1985/559; HR 6 december 1985, NJ 1986/230; HR 19 juni 2015, NJ 2016/1; HR 23 juni 1989, NJ 1991/673 en HR 10 september 1993, RvdW 1993/168.
Een 403-verklaring kan mogelijk worden gezien als een verklaring die een bindende eenzijdige toezegging bevat. Het leerstuk van de bindende eenzijdige toezegging is niet expliciet in de wet geregeld.1 Of sprake is van een bindende toezegging en wat daarvan de gevolgen zijn, zal van geval tot geval beoordeeld dienen te worden. Zie in dit verband Spierings. Zij concludeert:2
“De wetgever overweegt dat sprake is van steeds andere feitencomplexen en uiteenlopende gevallen die niet onder één noemer kunnen worden gebracht, en dat het daarom van de omstandigheden van het geval afhangt welke regels in een concrete casus van toepassing zijn. Soms kan een toezegging worden gekwalificeerd als een aanbod en kan na aanvaarding nakoming worden gevorderd. In andere gevallen bestaat enkel een mogelijkheid tot het vorderen van schadevergoeding op grond van onrechtmatige (overheids)daad, wegens het veronachtzamen van een verplichting die geen verbintenis oplevert.”
De 403-verklaring kan naar mijn idee worden gezien als een bindende toezegging van de consoliderende rechtspersoon die de 403-verklaring deponeerde. Het is evenwel mogelijk dat die toezegging kwalificeert als een aanbod.