Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/1.5.1
1.5.1 Selectie van zaken
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS367890:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In juni 2006 werkten (in deel- of voltijd) bij de afdeling Handel van de Rechtbank ‘ s-Hertogenbosch 23 rechters en bij die afdeling van de Rechtbank Utrecht 21 rechters.
Overigens is deze analyse, met een waarschuwing voor deze selectie-effecten, wel opgenomen in Van der Linden (2008).
Overigens is deze analyse, met een waarschuwing voor deze selectie-effecten, wel opgenomen in Van der Linden (2008). Daarbij moet wel opgemerkt worden dat daar ten onrechte is gerapporteerd dat de zittingen van onervaren rechters significant hoger scoren op ervaren informatieve rechtvaardigheid dan zittingen van middelmatig ervaren rechters. Bij die analyses is, zo blijkt achteraf, een fout gemaakt. Er blijken geen significante verschillen te bestaan in de ervaren informatieve rechtvaardigheid tussen zittingen die respectievelijk werden geleid door onervaren, middelmatig ervaren en zeer ervaren rechters.
Er is een empirisch onderzoek verricht om de huidige zittingspraktijk in kaart te brengen en aandachtspunten voor verbetering te signaleren. Tussen juni 2006 en maart 2007 zijn bij de afdeling Handelszaken van twee rechtbanken in totaal 150 comparities na antwoord onderzocht: 75 bij de Rechtbank ‘s-Hertogenbosch en 75 bij de Rechtbank Utrecht. Er zijn geen zittingen van de sector Kanton onderzocht.
De afdeling Handelszaken van deze twee rechtbanken zijn ongeveer even groot1 en het percentage zaken dat voor een comparitie na antwoord wordt geselecteerd ligt bij beide rechtbanken tussen de 90% en 95%.
Oorspronkelijk zijn deze twee rechtbanken gekozen omdat zij structureel zouden verschillen in de instructie voorafgaand aan de zitting. Hierdoor kon onderzocht worden of de rechtvaardigheids- en doelbereikpercepties van de procesdeelnemers anders zijn als er instructie in de voorfase heeft plaatsgevonden dan wanneer dat niet het geval is. In Utrecht zou gewerkt worden met een standaardvonnis en in ‘ s-Hertogenbosch zou de rechter zaakspecifieke instructies (kunnen) toevoegen aan een standaardvonnis.
Bij de dataverzameling bleek echter dat de rechters in ‘ s-Hertogenbosch in veel zaken geen zaakspecifieke instructies geven voorafgaand aan de zitting (zie paragraaf 3.1). De vraag of rechtvaardigheids- en doelbereikpercepties van de procesdeelnemers anders zijn als er instructie in de voorfase heeft plaatsgevonden kon als gevolg van selectie-effecten niet goed meer beantwoord worden. Het is namelijk niet duidelijk waarom een rechter in ‘ s-Hertogenbosch in de ene zaak wel instructies heeft gegeven en in de andere zaak niet. Mogelijk hangt dit samen met de complexiteit van de zaak (wel instructie in complexe zaken, niet in eenvoudige zaken). Mogelijk hangt dit samen met andere aspecten, zoals bijvoorbeeld de werklast van de rechter. Indien de analyses zouden uitwijzen dat de rechtvaardigheids- en doelbereikpercepties bij zittingen mét zo’n instructie significant hoger zijn dan die bij zittingen zonder een dergelijke instructie, wil dat nog niet zeggen dat de instructie een positieve invloed heeft op de doelbereik- en rechtvaardigheidspercepties van de procesdeelnemers. Er is immers ook een ander element in het geding: de voor instructie geselecteerde zaken waren mogelijk anders (complexer of op andere manier anders) dan de zaken waarbij geen instructie plaatsvond. Dit andere element kan leiden tot een onderschatting of overschatting van het effect van instructie, doordat complexere (of op een andere manier andere) zaken respectievelijk minder snel of sneller leiden tot positieve doelbereik- of rechtvaardigheidspercepties.2
De rechters van beide rechtbanken zijn verder in drie groepen verdeeld, afhankelijk van de ervaring die zij hadden op het moment dat hun eerste zitting werd onderzocht: minder dan 100 comparities (onervaren rechters), tussen de 100 en 200 comparities (middelmatig ervaren rechters) of meer dan 200 comparities (zeer ervaren rechters). Van ieder van deze groepen rechters zijn evenveel zittingen onderzocht (tabel 1). Hiervoor is oorspronkelijk gekozen omdat dan kon worden onderzocht of de doelbereik- en rechtvaardigheidspercepties van procesdeelnemers anders zijn als de zitting wordt geleid door respectievelijk een onervaren, middelmatig ervaren of zeer ervaren rechter. In feite bleek deze vraag, wederom vanwege selectie-effecten, niet te beantwoorden en is om die reden verder niet in dit boek opgenomen. Het is namelijk niet helder op grond van welke criteria de zaken over de rechters worden verdeeld. Mogelijk worden complexere zaken toebedeeld aan meer ervaren rechters. De complexiteit van de zaak (of een andere factor) kan dan leiden tot een onderschatting of overschatting van het effect van de ervaring van de rechter.3
Aantal comparities ervaring van de rechter
Rechtbank
‘s-Hertogenbosch
Rechtbank
Utrecht
Totaal
< 100
25
25
50
100-200
25
25
50
> 200
25
25
50
Totaal
75
75
150
Er zijn uitsluitend zaken geselecteerd die aan twee criteria voldeden. (1) Minstens één van de partijen moest een natuurlijk persoon zijn, omdat persoon en belangen bij natuurlijke personen samenvallen terwijl bij rechtspersonen per definitie sprake is van vertegenwoordiging. (2) Verder zijn — om de data-analyse wat te vereenvoudigen — alleen zaken geselecteerd waarbij niet meer dan twee procureurs betrokken waren: één voor de eiser(s) en één voor de gedaagde(n). Daarnaast was het voor het onderzoeksteam praktisch niet mogelijk om veel zittingen tegelijkertijd te onderzoeken. Als er daarom meer zittingen op hetzelfde tijdstip op de rol stonden is er willekeurig één geselecteerd. Van een zuiver aselecte steekproef is dus geen sprake, maar er is geen reden om aan te nemen dat de geselecteerde zaken systematisch verschillen van de niet-geselecteerde zaken wat betreft rechtvaardigheid en doelbereik.
Het uiteindelijke doel was om bij iedere rechtbank 75 comparities na antwoord te onderzoeken. Om dat te bereiken zijn er in werkelijkheid meer zittingen geselecteerd. Op de eerste plaats kwam dit doordat er een behoorlijk aantal zittingen uitviel of door de rechtbank werd uitgesteld, te weten 24 in ‘ s-Hertogenbosch en 35 in Utrecht. Ten tweede zijn er drie zittingen wel onderzocht, maar achteraf uit de steekproef verwijderd omdat beide partijen en advocaten niet wilden meewerken aan het onderzoek. Voor iedere zitting die vanwege één van deze twee redenen buiten de steekproef viel, is steeds een nieuwe zitting geselecteerd.