De prioriteitsregel in het vermogensrecht
Einde inhoudsopgave
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/4.3.2:4.3.2 Goederenrechtelijke zekerheidsrechten
De prioriteitsregel in het vermogensrecht (AN nr. 167) 2018/4.3.2
4.3.2 Goederenrechtelijke zekerheidsrechten
Documentgegevens:
mr. L.M. de Hoog, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. L.M. de Hoog
- JCDI
JCDI:ADS385880:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Diephuis VII, p. 447 en Opzoomer IV, p. 639.
Ten overvloede zij opgemerkt dat de datum van de titel op grond waarvan de hypotheek wordt gevestigd niet ter zake deed omdat het recht eerst na de inschrijving tot stand kwam. Zie Asser-Scholten II, p. 467 en 468.
Diephuis VII, p.448.
Land III, p. 375, voetnoot 1. Deze opvatting is ook te vinden bij Van Nierop 1937, p. 194.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in het Ontwerp 1820 strikt doorgevoerde beginselen van specialiteit en publiciteit werden in het Burgerlijk Wetboek van 1838 evenzo tot uitdrukking gebracht. Iedere hypotheek was speciaal en bovendien kenbaar voor derden vanwege de vereiste registratie.1 Deze registratie was tevens bepalend voor de rangorde tussen de verschillende schuldeisers die een hypotheek hadden verkregen.2 In deze rangorde namen dus alleen conventionele hypotheekhouders plaats. De geprivilegieerde schuldeisers die naar Frans recht met een aan de wet ontleend zekerheidsrecht voorrang hadden boven de conventionele hypotheken, stonden als bevoorrechte schuldeisers krachtens art. 1180 OBW, behoudens de in art. 1185 OBW genoemde schuldeisers, achter bij hypotheekhouders.3
Art. 1226 OBW bepaalt als hoofdregel4 dat hypothecaire schuldeisers rang innemen naar de dag van de inschrijving van hun recht.5 Aan het artikel is tevens een nadere regeling toegevoegd voor twee op dezelfde dag geregistreerde rechten. Het feit dat de ene hypotheek enige uren voor de ander is gevestigd doet niet ter zake. Er werd namelijk slechts onderscheid gemaakt naar de dag van inschrijving, zodat beide hypotheken in dat geval dezelfde rang innamen. In de literatuur wordt deze keuze aldus verklaard dat men de bewaarder van de registers geen gelegenheid heeft willen geven naar zijn goedvinden de ene hypotheekhouder voorrang boven de andere te verlenen.6 Tevens wordt opgemerkt dat hoewel met deze regel geschillen over de prioriteit worden afgesneden, het jegens een hypotheekhouder met een vroeg op de dag ingeschreven hypotheek onbillijk kan uitpakken als blijkt dat hij zijn rang moet delen met later op dezelfde dag geregistreerde hypotheekhouders.7