De geschillenregeling ten gronde
Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VII.2.1:VII.2.1 Inleiding
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VII.2.1
VII.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS379789:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De verwijzing naar art. 2:337 BW in deze paragraaf behelst dus eveneens een impliciete verwijzing naar art. 337 Wv Flex-BV.
Zie bijvoorbeeld de door H. Honée (1995), p. 54-55, beschreven Russische roulette-clausule, die volgens hem ook in de statuten kan worden opgenomen.
Zie over de beslechting van ondernemingsrechtelijke geschillen met bindend advies: Ernste (2010), p. 30-38.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wettelijke geschillenregeling is op grond van art. 2:337 BW subsidiair van aard. De rechter behoort de eiser niet ontvankelijk te verklaren indien een eigen regeling voor de geschillen tussen aandeelhouders voorhanden is, tenzij blijkt dat de regeling niet kan worden toegepast (zie § VI.2.2). De eigen regeling mag op allerlei terreinen afwijken van de wettelijke. Het wetsvoorstel Flex-BV onderstreept in een uitgebreide bepaling de autonomie van de aandeelhouders nog meer. De rechter moet de in de statuten of een overeenkomst gemaakte afspraken respecteren, tenzij hierdoor de aandelenoverdracht 'onmogelijk of uiterst bezwaarlijk' wordt (zie voor een verdere bespreking § VI.4.3). Mijn conclusie luidde dat tussen de huidige en de voorgestelde bepaling inhoudelijk geen verschil bestaat. Hetgeen ik in deze paragraaf (§ VII.2) betoog over de eigen regeling, geldt derhalve zowel voor als na de invoering van het wetsvoorstel Flex-BV.1
Hedendaagse statuten bevatten niet vaak een geschillenregeling. Bij joint ventures komt regelmatiger een regeling in de aandeelhoudersovereenkomst voor.2 De vraag is welke eigen regelingen onder het bereik van art. 2:337 BW vallen. Wordt iedere conflictvermijdende oplossing gezien als een eigen regeling, of is een aandelenoverdracht als resultaat vereist? Deze vragen komen eerst aan bod. Daarna ga ik in op de verhouding tussen arbitrage en de wettelijke geschillen-regeling. Hetgeen voor deze verhouding geldt, geldt veelal ook voor de verhouding met bindend advies. Een aparte bespreking van deze vorm van geschilbeslechting laat ik daarom achterwege.3 Ik sluit af met enkele bevindingen.