Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland
Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/5.5.6.3:5.5.6.3 Gevolgen van het beslag
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/5.5.6.3
5.5.6.3 Gevolgen van het beslag
Documentgegevens:
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS498272:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zowel advocaten van beslagleggers als beslagenen is gevraagd naar het in het eerste geval vermoede en de in het tweede geval bekende al dan niet knellende of belastende karakter van het beslag. Bijna zeventig procent van de beslagleggende advocaten beantwoordde deze vraag bevestigend. Men leidt dit af uit de omstandigheid dat de beslagene voornemens is om een onroerende zaak te vervreemden en dit door het beslag verhinderd wordt, dat beslag onder derden (leveranciers, financiële instelling) naar haar aard belastend is, dat ook anderen beslag hebben gelegd, dat er beslag is gelegd op een vermogensbestanddeel dat noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering, dat een aanzienlijk bedrag vaststaat als gevolg van het beslag, dat er inmiddels een bankgarantie is gesteld en dat de wederpartij een advocaat heeft ingeschakeld. Niet-belastende situaties worden afgeleid uit de volgende omstandigheden: beslag op een onroerende zaak waarbij geen voornemen tot verkoop bestaat, er had al wel een oplossing geweest als het beslag wel knellend was of er is geen reactie gekomen, dit alles aldus beslagleggende advocaten in de vraaggesprekken. De advocaten van beslagenen gaven in een ruime helft van de gevallen aan dat het beslag belastend of knellend was voor hun cliënt. Het gaat hierbij voornamelijk om derdenbeslag onder een financiële instelling, op een onroerende zaak en derdenbeslag algemeen, hetgeen overeenkomt met de meest voorkomende beslagsoorten. Gecombineerde beslagen werden in alle gevallen als belastend getypeerd. Er lijkt geen direct verband te bestaan tussen het rauwelijks leggen van beslag en de knellendheid hiervan. Ook de niet-knellende beslagen werden voornamelijk gelegd onder een financiële instelling, op een onroerende zaak en onder een derde algemeen. De oorzaak hiervan was dat het beslag geen doel had getroffen of omdat geen voornemen bestond om de onroerende zaak te vervreemden. De knellendheid van een beslag is derhalve niet zozeer afhankelijk van het soort beslag (met uitzondering van de enkel- of meervoudigheid hiervan) of de omstandigheid dat voorafgaand aan het beslag al dan niet overleg tussen partijen heeft plaatsgevonden. Het blijken vooral de omstandigheden van de beslagene die hierin bepalend zijn, bijvoorbeeld of men een onroerende zaak al dan niet wenst te verkopen en in hoeverre beslag op een bankrekening voor een aanzienlijk of gering bedrag doel heeft getroffen. De belastendheid van een beslag kan financieel en/of emotioneel van aard zijn.