RF 2025/41
Moeten vertragingsrente en buitengerechtelijke kosten worden meegenomen bij de vraag of sprake is van een krediet zonder kosten of een krediet met onbetekenende kosten?
HR 27-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:1008
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 juni 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
22/01716
- Conclusie
P-G mr. M.H. Wissink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD19118:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Invordering / Invorderingsrente en betalingskorting
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1008, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:309, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑03‑2025
ECLI:NL:HR:2023:1006, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑06‑2023
ECLI:NL:HR:2023:778, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑05‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:1130, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑11‑2022
- Wetingang
Essentie
Buy Now Pay later. Consumentenkrediet. Prejudiciële vragen.
Moeten vertragingsrente en buitengerechtelijke kosten worden meegenomen bij de vraag of sprake is van een krediet zonder kosten of een krediet met onbetekenende kosten?
Samenvatting
Consument heeft bij de online aankoop van drie producten bij een webwinkel gebruik gemaakt van de achteraf-betaalmethode AfterPay van Arvato (nu Riverty). Na twee betalingsherinneringen en een aanmaning vordert Arvato dat consument wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten van minimaal € 40. De kantonrechter heeft ambtshalve prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld. Na twee ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.