Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.5.2.2:4.5.2.2 Zwitsers recht
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.5.2.2
4.5.2.2 Zwitsers recht
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS616165:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In het OBW waren hulpzaken onroerend door bestemming, conform artikel 563 OBW. In artikel 3:254 BW blijven hulpzaken roerende zaken (maar deze kunnen eventueel wel geëxecuteerd worden volgens de hypotheekregels).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Zwitserse recht geldt (ook) als hoofdregel de verticale natrekking, behoudens wettelijke uitzonderingen. Deze uitzonderingen kunnen beschouwd worden als zakelijke rechten (`Dienstbarkeiten'). Een dergelijke uitzondering is het Durchleitungsrecht (artikel 676 ZGB). Op basis van dit artikel wordt een nutsleiding niet door de grond nagetrokken, omdat de leiding als een bijzondere hulpzaak van een 'Werk' (= onderneming, centrale of installatie waarmee leidingen verbonden zijn) wordt beschouwd. De eigendom van de leidingen valt toe aan de eigenaar van de onderneming. De verticale natrekking werkt immers niet wanneer het de aanleg van leidingen betreft overeenkomstig artikel 676 ZGB. Een (wettelijk) vereiste voor een rechtsgeldige Dienstbarkeit is dat het op basis van een schriftelijk stuk wordt geregeld. Een andere uitzondering met betrekking tot leidingen is het Leitungsbaurecht dat onderdeel is van het Zwitserse burenrecht (artikel 691 ZGB). Voor toepassing van dit artikel is noodzakelijk dat sprake is van een noodsituatie waardoor naburige percelen gebruikt moeten worden voor aanleg van het net. Het recht van noodleiding moet eveneens door middel van een schriftelijk stuk (doorgaans is dit een vonnis) worden geregeld. De eigendom van de noodleiding over andermans grond zal in de regel, analoog aan artikel 676 ZGB, toebehoren aan de gerechtigde tot de noodleiding.
In het Zwitserse recht worden leidingen in beginsel als onroerende zaken beschouwd omdat het bijzondere hulpzaken1 zijn. In de regel wordt ervan uitgegaan dat de eigendom van deze bijzondere hulpzaken toebehoort aan de eigenaar van de onderneming waarmee te verbonden zijn.