Accountantsaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/3.3.1.2:3.3.1.2 Jegens derden in het Vie d’Or arrest
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/3.3.1.2
3.3.1.2 Jegens derden in het Vie d’Or arrest
Documentgegevens:
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS296855:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 13 oktober 2006, JOR 2006/296, r.o. 5.4.1.
HR 13 oktober 2006, JOR 2006/296 alsmede conclusie A-G bij dit arrest. Zie ook: Bras (2008), p. 67 ev en Du Perron (2009), p. 173.
Bras (2008), p. 67.
Tjong Tjin Tai (2007), p. 208/209.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Vie d’Or arrest van oktober 2006 overweegt de Hoge Raad1 het volgende met betrekking tot derdenaansprakelijkheid: ‘De belangen die met een goede uitoefening van de taak van de externe controlerende accountant zijn gemoeid, zijn niet beperkt tot die van de rechtspersoon om wiens jaarrekening het gaat. In het maatschappelijk verkeer mogen derden verwachten dat de informatie zoals deze door, veelal wettelijk verplichte, openbaarmaking van de jaarrekening en een goedkeurende verklaring naar buiten komt, naar het onafhankelijk en objectief inzicht van de accountant een getrouw beeld geeft van het vermogen, het resultaat en de solvabiliteit en liquiditeit van de onderneming en dat de jaarrekening voldoet aan de vereisten die wet en (Europese) regelgeving stellen en in overeenstemming is met de normen en standaarden die te dier zake in deze beroepsgroep algemeen worden aanvaard. Ook derden moeten hun gedrag kunnen afstemmen op die informatie en bij het nemen of handhaven van hun (financiële) beslissingen kunnen vertrouwen dat het gepresenteerde beeld niet misleidend is. Aldus dient deze taakuitoefening van de accountant mede een wezenlijk publiek belang. Het vorenstaande geldt in het bijzonder waar het gaat om de wettelijke controlerende taak ten aanzien van levensverzekeringsmaatschappijen. Dit betekent dat hoge eisen moeten worden gesteld aan de zorg die de externe controlerende accountant naar in het maatschappelijk verkeer geldende zorgvuldigheidsnormen moet betrachten bij zijn werkzaamheden ten aanzien van de jaarrekening van zo’n maatschappij’.De Hoge Raad spreekt in het Vie d’Or arrest in algemene zin en zonder beperking over ‘derden’.
De zorgplicht tegenover derden betreft een bijzondere zorgplicht (zie paragraaf 3.2.3), omdat deze nauw samenhangt met de maatschappelijke functie van de accountant en dus met de reglementering.2 Bras merkt op dat de Hoge Raad een ruime benadering hanteert, inhoudende dat de accountant de belangen van een ruime groep derden in ogenschouw dient te nemen.3 Tjong Tjin Tai nuanceert dit beeld. Hij overweegt dat de erkenning van de bredere maatschappelijke functie van de accountant door de Hoge Raad niet kan leiden tot het aannemen van een zorgplicht ten aanzien van alle mogelijke derden. ‘Dit alles wijst erop dat de Hoge Raad aansprakelijkheid weliswaar niet geheel uitsluit maar ook huiverig is om derden voor iedere fout een volledige aanspraak op schadevergoeding te geven bij de accountant’.4 Een oplossing kan volgens Tjong Tjin Tai gelegen zijn in het stellen van een hogere drempel aan verwijtbaarheid, in de toerekenbaarheid van verder af gelegen schade of door toepassing van eigen schuld. Ik kom op de verwijtbaarheid, toerekenbaarheid en eigen schuld terug in hoofdstuk 5.