Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies
Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/4.5.3.3.3:4.5.3.3.3 Achtste aanbeveling: codificatie van bewijsvermoedens
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/4.5.3.3.3
4.5.3.3.3 Achtste aanbeveling: codificatie van bewijsvermoedens
Documentgegevens:
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS404610:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 4.2.3.3.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Opvallend is dat artikel 47 Fw geen enkele omkering van de bewijslast kent. Een dergelijk bewijsvermoeden wordt inmiddels wel in beperkte mate in de rechtspraak toegepast. In HR Cikam liet de Hoge Raad het oordeel van het hof in stand waarbij het hof, behoudens tegenbewijs, samenspanning had aangenomen op grond van de zeer nauwe verbondenheid tussen schuldeiser en schuldenaar, alsmede van de kennis van beide partijen van de slechte financiële positie van de schuldenaar.1 Deze aanpak wordt in lagere rechtspraak gevolgd.
De bepalingen ten aanzien van verplichte rechtshandelingen dienen te onderkennen dat niet alle schuldeisers gelijk zijn. Ten aanzien van gerelateerde schuldeisers zou ook bij artikel 47 Fw een bewijsvermoeden moeten worden opgenomen dat bepaalt dat aan de criteria van artikel 47 Fw wordt vermoed voldaan te zijn voor zover de wederpartij een gerelateerde persoon is en de voldoening plaatsvond in een bepaalde periode voorafgaand aan de insolventverklaring. De rechter heeft hier reeds geopend, zodat de wetgever nu aan zet is.